Naar versjes-menu

Een verbroederingslied voor Noord-  en Zuid-Nederland

Eén taal, één volk

Van Dollard's strand, tot Schelde's zoomen

In 't Nederland van Noord en Zuid,

Waar 't stoere Volk de kracht der stromen,

De macht des dwingelands heeft gestuit;

Daar, waar, in streven één van zin,

Te lang gesmoorde broedermin,

De oude eendracht weder gloort,

Wordt Neêrlands schone taal gehoord!

 

2.

Daar waar de Noordzee duin en stranden

Van Holland en van Vlaand'ren kust;

Waar, van de oudvereende landen

De ene held naast d' ander rust,

Daar, waar het volk zijn tale eert,

Die 't van zijn barden heeft geleerd,

Daar is die taal, waar 't hart voor brandt,

De zoete taal van Vlaand'renland!

 

3.

Zoolang de Rijn- en Scheldestroomen

Zich werpen in der Noordzeeschoot,

Laat 't fiere  volk zijn kracht niet toomen

Door eigen taal en zeden groot;

Zóó lang blijv' eendracht zijne keus!

Voert Noord en Zuid de ééne leus:

Eén taal, één volk en, alle eeuw, 

"Naast Vlaand'rens libaart Hollands leeuw!"

 

W.P.N.

-----------

'"k Vergeet u niet", Zoo spreken vrienden,

Bij  d' ongeveinsde  handendruk;

Die een blijft heilig, ook al streelt er

Geen enkel lachje van geluk.

Het bitter moog' hen begrimmen,

Die knaap is voor geen druk te vast;

't Zijn telgen tot één stam verenigd,

Die op den zelfde wortel wast.

-----------

 Naar versjes-menu