Naar versjes-menu

De liefste bloem van Nederland

marschlied (wijze Edelweis)

1.

Er bloeit een bloem al in ons Vaderland,

Waaraan wij zijn gehecht met hart en hand

Door iedereen bemind en hoog geëerd,

Waarvoor reeds achting wordt aan 't kind geleerd.

De tak die ons de schone bloem dan bood,

De stam waaruit het leven reeds ontvlood,

't Oranjehuis, steeds 't doelwit onzer min,

Zijn laatste bloei schonk ons een Koningin,

Zijn laatste bloei schonk ons een Koningin,

 

2.

Tot zelfs de knaap die op de school nog gaat,

Voelt hoe het hart van warme geestdrift slaat,

En droomt alreeds van heldenmoed en roem

Hoort hij den naam van deze schone bloem;

Haar kleur, 't voor ons geliefd Oranje zal

Ons wijzen steeds op 't parool: sta pal!

Ons tintelen doen van ouden vrijheidszin

En eerbied voor de edele Koningin.

En eerbied voor de edele Koningin.

 

3.

De boom waaruit deze schone bloem ontsproot,

Wordt reeds drie eeuwen door ons volk vergood,

En rond zijn stam vond steeds ons volk de kracht,

Te strijden tegen trotse overmacht;

En immer hebben wij, dreigt ons gevaar,

Ons bloed en leven gaarne veil voor haar,

Dan zweren wij vereend door vrijheidszin:

Trouw tot den dood aan onze Koningin.

Trouw tot den dood aan onze Koningin.

 

4.

Geliefde bloem, ons aller hoop is nu,

Als laatste Oranjebloem gericht op U,

Wij bidden God, dat Hij U steeds bescherm'

Zich over het volk van Nederland ontferm'

Dit laatste was ook bij des Zwijgers dood,

Zijn laatste beê, toen zijne ziel ontvlood,

Hij, 't offer van onze ouden vrijheidszin,

Was de eerste telg Uws Huis, o Koningin.

Was de eerste telg Uws Huis, o Koningin.

 

N.N.


 Naar versjes-menu