De trouwe Kameraad
Marslied
1.
Ik had een wapenbroeder,
Geen dapperder dan hij;
De trom riep ons ten strijde,
Hij ging aan mijne zijde,
Wij liepen zij aan zij.
Wij liepen zij aan zij.
2.
Onverwacht, onverwacht,
Heeft de dood ons in zijn macht.
Gister fier in 't zadel gestegen,
Heden dood terneer gezegen,
Morgen in het koele graf.
3.
Als een bloem, als een bloem,
Is des mensen kracht en roem.
Als twee rode, frisse rozen,
Ziet men uw wangen blozen,
Maar de rozen welken ras.
4.
Ach hoe mist, ach hoe mist
Aller mensen plan en list.
Onder kommer, onder zorgen,
Bukt hij zich reeds in de morgen,
En tot d' avond nederdaalt.
5.
Daarom stil, daarom stil,
Voeg ik mij naar 's Heren wil.
Van mijn post wil ik niet wijken,
En moet heden ik bezwijken -
'k Sterf de braven ruiterdood.