Naar versjes-menu  

Zielesmart

1.

Toen ik voor 't eerst jou leerde kennen,

Toen was je lief en goed voor mij;

'k Moest aan je nukken nog gewennen,

Toch voelde ik mij innig blij,

Als 'k aan jou zij mij mocht bevinden;

Dan leefde ik in hoger sfeer;

'k Gaf niet om ouders noch om vrinden,

Om waarschuwwoorden noch om eer !

 

2.

 

Weet je nog wel, hoe 'k onbedreven

Met jonge liefd'  m' aan jou gaf !

Je was voor mij, mijn hele leven

't Behoorde jou, tot aan het graf;

Aan al je grillen en verlangen

Voldeed ik steeds; hoe 'k kwam aan 't geld

Heb 'k door krankzinnigheid bevangen

Aan jou, verachte, nooit verteld !

 

3.

 

Nog komt m' als schrikbeeld voor de ogen,

Als 'k mij den tijd haal voor den geest,

Dat 'k zag hoe 'k door jou werd bedrogen,

Door jou, wiens slaaf ik was geweest !

Ik sidder nog bij het herdenken;

'k Bedreef die misdaad door jou schuld,

Niets kan mij meer gemoedsrust schenken;

Van wanhoop is mijn ziel vervuld !

 

4.

 

'k Heb voor mijn misdaad zwaar geleden;

De cel heeft op mijn hoofd gedrukt

Den stempel van mijn droef verleden,

'k Ga onder diepe smart gebukt;

Jij speelt de grote "werelddame"

En je leeft je leven als weleer,

Maar aan hem, de voor jou toch "bromde",

Denk jij als lichtekooi niet meer !

 

5.

 

Nu 'k als vertrapte rond moet dolen,

Denk ik vol smart aan vroeg' ren tijd;

Mijn Vader heb 'k voor jou bestolen,

Voor jou, een lichte, lage meid;

Mijn moeder, grijs van smart en schande,

Ligt nu op 't kerkhof door mijn schuld !

O, dood ! verbreek mijn aardse banden,

Dan is mijn laatste wens vervuld !

 

 

 Naar versjes-menu