Naar versjes-menu  

Vrienden in den Nood

1.

Als 't  je in 't leven tegenloopt,

En je zit in de dalles,

Dan geeft je elkeen goeie raad,

Maar dat is dan ook alles.

"Kom kerel," zegt men, "drink es leeg,

Het zal wel beter lopen."

Men houdt je vrij, maar vraag nu eens

Een pop om brood te kopen.

 

Refrein:

Vrienden in den nood,

Honderd in een lood.

Als je hen maar niet om hulp komt vragen,

Want men zegt je dan:

"Heus  m'n beste man,

Ik heb nog veel meer dan jij te klagen,

De lasten zijn te zwaar,

'k Leg geld toe ieder jaar,

En ik weet niet hoed ik het nog moet kroppen,

'k Weet niet hoe ´t moet gaan,

´k Raad je daarom aan

Om liever bij een ander aan te kloppen".

 

2.

En waar je komt daar vang je bot,

Je allerbeste vrienden,

Al konden zij het heel goed doen,

Zijn niet voor hulp te vinden.

En klaag je, dat je vrouw en kroost

Niet meer kunt vertrouwen,

Dan zegt men: "'t Is je eigen schuld,

Je had nooit moeten trouwen."

 

Refrein:

 

3.

Je zaak wordt slechter met den dag,

't Bankroet is niet te keren,

Tenzij een goeie ouwe vriend

Met geld wil assisteren.

Je vindt er een, die wil misschien

J 'uit de misére halen.

Wanneer je vrouw dan met haar eer

De rente zal betalen.

 

Refrein:

 

 Naar versjes-menu