Tabé Nonja
Huil maar niet en droog je lieve ogen,
En breek m'n hart niet met je snik en traan,
Het leven is toch zonder mededogen;
Het noodlot wou dat ´k eens van jou moest gaan.
Ik zal het nooit, neen nimmermeer vergeten
Ons hutje bij die grote klapperboom,
Waar ik met jou zo dikwijls heb gezeten -
Voorbij, voorbij is nou die mooie droom.
Refrein:
Tabé, nonja, ik moet je nou verlaten.
´k Vergeet de liefde nooit die jij me zwoer,
Want blank en bruin zullen elkaar nooit haten,
Dag lieve meid, uit ´t mooi Singapoer.
2.
Ik weet het wel, je kon soms nijdig wezen,
Als ik bedronken in de kampong kwam,
Ik kon het in je zwarte ogen lezen,
Zo´n dronken Orang-Blanda vond je lam.
Je gapte al wat blonk dan uit m'n zakken,
En van m'n jas en keep het goudgalon,
Maar 'k heb van jou toch nog veel meer gestgolen,
Veel meer dan jij van mij ooit nemen kon.
Refrein:
3.
Laat me nu gaan, ik kan het niet verdragen,
Dat dit het loon is voor jou grote hart;
Tot aan het einde van m'n levensdagen
Zal ik aan jou denken vol berouw en smart.
Zeg aan ons kind, die lieve kleine Nonja,
Die mij eens noemen zal een slechte man,
Dat er een pop uit Holland komt van Pappa,
Zo gauw als hij de centen missen kan.
Refrein:
Tekst: Lou Bandy en Hans de Regt