Na den Storm
1.
Aan het strand staan op een avond,
Als de storm wat is bedaard,
Vele mensen, oud en jong,
In de duisternis geschaard,
Turen angstig in het donker
Naar de grote, woeste zee.
Richten dan hun blik naar boven,
Vragend: "God! verhoor mijn beê!!"
2.
Aan het strand staan in het donder,
Moeders, vrouwen, vol van smart,
Altijd door maar steeds te bidden
Met de doodsangst in haar hart.
Want haar Zoon, haar Man en Vader,
Was ter redding uitgegaan,
Steeds wordt haar de toestand klaarder,
De Reddingboot die is vergaan.
3.
Aan het strand zit in het donker
In haar hut zo menig vrouw,
Treurend bij haar kinderen neder,
Alles heerst in diepe rouw,
God, bewaar toch alle helden,
Die ter redding mochten gaan,
Laat Uw troost en zegen dalen,
Op hen, thans met rouw belaân.
Gezongen door George Hofman