Naar versjes-menu  

Moederweelde

1.

In pracht melodieën met lieflijk refrein,

Bezong men de vreugde van moeder zijn.

Van zalige liefde met weelde omkleed,

Waarbij men de schrijnendste smarten vergeet.

Ach hoevele moeders verwensen de dag

Waarop eens haar lieveling het levenslicht zag.

 

Refrein:

Want niets op de wereld baart grotere pijn,

Dan 't innig verlangen om Moeder te zijn.

Want niets op de wereld baart grotere pijn,

Dan 't innig verlangen om Moeder te zijn.

 

2.

'n Moeder, zij brengt hare kindertjes groot,

En spaart uit haar mond soms het laatste stuk brood.

Ze weet van van liefde niet wat zij verzint

Om goed te doen aan het ondankbaarste kind.

En wordt ie dan later zo iets van 'n heer,

Dan kent hij van hoogmoed zijn moeder niet meer.

 

Refrein:

Hij leeft als een koning, met vrienden en wijn,

En zij voelt de smarten van Moeder te zijn.

Hij leeft als een koning, met vrienden en wijn,

En zij voelt de smarten van Moeder te zijn.

 

3.

Als moedertje oud wordt en 't haar zilverwit,

Dan knielt zij voor hem waar ze daaglijks voor bidt.

Zij richt zich ten hemel, de blik naar omhoog,

Er komt dan vol droefheid 'n traan in haar oog.

Al heeft mij m'n jongen veel leed aangedaan,

Toch bid ik dat hij aan mijn sterfbed zal staan.

 

Refrein:

Want sluit zij de ogen, voor eeuwig misschien,

Toch is z\ij gelukkig haar kind nog te zien.

Want sluit zij de ogen, voor eeuwig misschien,

Toch is z\ij gelukkig haar kind nog te zien.

 

 Naar versjes-menu