Naar versjes-menu  

Je moeder vergeet je toch nooit

 

1.

Zit je druk in den wirwar van 't leven,

Vind je liefde bij velen of haat,

Word je glorie of schande gegeven,

Klim je hoger in stand of in staat

Of heb je ternauwernood te eten,

In al wat je kwelt of verstrooit,

Zal je 't meeste van vroeger vergeten;

Maar je moeder vergeet je toch nooit!

 

2.

Als je rijker, dan je kunt denken

Of arm als de schamelste rat,

Moog je 't slijk der aarde verzenken

Of blijf je steeds op 't rechte pad;

Of je lompen mopet dragen of zakken

Of met zij en juwelen je tooit,

Menig beeld uit je jeugd gaat verzwakken,

Maar je moeder vergeet je toch nooit!

 

3.

En in huis moog je blijven of rezien,

Je moogt naaister zijn, of Koningin

En in eenzaamheid moog je vergrijzen,

Of gelukkig zijn in je gezin;

Je moogt slechts worden en je bekeren,

Wijs, dom zijn, attent of verstrooid;

Zelfs je moedertaal mag je verleren,

Maar je moeder vergeet je toch nooit!

 

 Naar versjes-menu