Naar versjes-menu  

Afscheid van 'n koloniaal

1.

M'n tijd is weer om en de boot ligt klaar,

'k Ga weer voor zes jaar naar de Oost,

Naar kali en kampong, en reken maar

Zo om de week in de prevoost.

Ik pak m'n bagage en doe m'n plicht.

Want voor onzen Oost sta ik pal.

En lustig zing ik als de boot vertrekt

Tot het hele hussie aan wal:

 

Refrein:

Jongens vaarwel! en houd je taai,

'k Ga weer terug naar Soerabaai,

Ver van m'n heerlijk Amsterdam

't Schootje van Abram,

Meisjelief hou je maar bedaard,

Ik stuur je nog wel 'n ansichtkaart,

Ik ga naar de Baboes weer met m'n maats

Voor jullie hier in de plaats.

 

2.

Zeg vader en moeder van mij gedag,

En geef rooie Bet nog een zoen,

Ze heeft me maar niet naar de boot gebracht,

Ze had wel wat beters te doen.

Ik zal haar wel schrijven, m'n lekker dier,

O moppie, ik heb je zo lief,

We halen, zodra ik weer aankom hier

Contant onze roomboterbrief.

 

Refrein:

 

3.

Als nou de schuit niet op 'n karang loopt

Ben 'k over 'n maand in de Oost,

En 'k zoek bij de Sarongs en zwartjes daar

In godsnaam dan maar 'n troost.

'k Ben doodziek van hartzeer en scheidenswee,

Maar 't geeft je niks of je al raast,

Kom zing voor de aardigheid allemaal mee

M'n afscheid aan wal voor het laatst.

 

Refrein:

´

 Naar versjes-menu