De vakbondsvrouw
Er zat in de bond een vrouw,
die kneep 'm niet zo gauw bij staken om loon
voor chef of patroon
of agent die 'r arresteren wou.
Ze was er ook altijd bij,
en dan liefst op de eerste rij;
Moest er iets gedaan - kon je op haar aan!
ze was, wat je noemt, een kei.....
Je maakt mij niet bang!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
Je maakt mij niet bang!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
M'n leven lang!
En als het tot staken kwam,
dan deed ze niet aan gezwam;
geen luistervink was haar te link,
zij was 't zelf die hem lekker te grazen nam.
Ze pikte niet, dat haar recht
haar één keer werd ontzegd.
Ze klokte haar kaart en ging onvervaard
naar binnen en zong dit lied:
Je maakt mij niet bang!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
Je maakt mij niet bang!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
M'n leven lang!
Zeg vrouwen, je bent graag vrij?
neem, dit dan aan van mij:
Kies 'n vent met pit, een vakbondslid!
Vecht dan samen voor vrijheid zij aan zij.
't Gezinsleven is gezond
onder mensen van de bond.
Als huisvrouw van een bondslid kan
je denken: ik kom wel rond!
Je maakt mij niet bang!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
Je maakt mij niet bang!
ik hou me aan de vakbond!
ik hou me aan de vakbond!
M'n leven lang!