Naar versjes-menu  

Zij die offerden

'n Gouden zon stond aan den hemel

Zond haar stralen naar omlaag

Over 't kleine stadsplantsoentje

Over plant en rozenhaag.

Over druk betreden paden

Over bank en koffiehuis

Over een klein, heilig plekje

Een eenvoudig houten kruis.

 

't Zonnetje scheen op haar krullen

Op de bloemen in haar hand

Speelde langs haar zwarte kleding

Dromend stond zij aan de kant

Als een tere, kleine schaduw

Bleef zij in het zonlicht staan

Aan haar wimpers hing een parel

Een heel kleine zilv'ren traan

't Meisje, door de Zon beschenen

Keek naar 't kruis en dan omhoog

't Zonlicht toverd' in haar ogen

Toen een wond'ren  regenboog.

Zij ging voorwaarts met haar bloemen

Legde deze op de grond

't Was een lieflijk, kleurig vlekje

Waas het houten kruisje stond.

 

Zachtjes mompelde zij woorden

Die geen mens ooit zou verstaan

Daarna zag de Zon haar langzaam

Door 't plantsoen weer huiswaarts gaan

In de schaduw van het kruis lag

't Meisjes mooie bloemengroet

Als een dank voor 't grote offer

Voor betoonde heldenmoed

 

En de Zon keek naar beneden

Dacht aan vroeger, in 't plantsoen

Toen dat meisje met haar jongen

Wandelde in 't jonge groen.

Maar hij hoorde tot de helden

Viel voor land en Koningin

Hij 's een held, dat is waarachtig

Maar z'n meisje..........een heldin.