Naar versjes-menu  

Nu ik groot ben lieve moeder

Tekst: Lou de Groot/ Muziek: Albert de Booy

Muziek-uitgave: Roniepers, Rotterdam

1.

Nu ik groot ben, lieve moeder,

Ben ik weer eens als voorheen

In een stil en rustig hoekje

Bij jou moedertje alleen.

Vele jaren zijn verstreken

'k Ben nu zelf reeds lang getrouwd,

'k Mocht Goddank jou nog behouden,

Al ben je nu grijs en oud.

 

2.

Nu ik groot ben, lieve moeder,

Denk ik dikwijls aan het uur

Toen ik haar voor 't eerst ontmoette,

O, wat stond mijn hart in vuur,

'k Biechtte jou mijn jonge liefde

En jij deelde mijn geluk,

Maar het lot besliste anders,

Brak de teerste banden stuk.

 

3.

Nu ik groot ben, lieve moeder,

Zie ik nog mijn jonge bruid

Rein en smet'loos voor het altaar,

Maar hoe snel was 's sprookje uit,

'k Heb in stilte veel geleden

Als ik droeve zorgen had,

Moeder was jijzelf tevreden?

Moeder zeg toch ook eens wat.

 

4.

Nu jij groot bent, lieve jongen,

Dwalen mijn gedachten heen,

Weet je nog? Eerst met ons drietjes

Toen bleef Moedertje alleen.

'k Was een arm en lastig menschje,

Oud en bijna afgedaan,

Ik besloot het veld te ruimen

Och, je Moedertje kon gaan.

 

5.

Nu jij groot bent, lieve jongen,

Maak ik niemand een verwijt,

Maar toch denk ik vaak met weemoed

Aan den lang vervlogen tijd,

Toen jij droomde van een wagen,

Mooie paarden en livrei,

Maar jouw kinder-idealen

Zweefden Moeders huis voorbij.

 

6.

Nu jij groot bent, lieve jongen,

Raad ik jouw terug te gaan,

Neem je vrouwtje in je armen,

Vang een heel nieuw leven aan,

Neem dit kleine bosje bloemen

Nu je mij voorgoed verlaat,

Moeder blijft hier voor je bidden

Tot haar laatste uurtje slaat.

 

 Naar versjes-menu