Op Neerlands roem en geluk
Leven wij hier in moerassen,
Uit die plassen.
Rees de gouden Oranjezon.
Willem wist haar aan te wijzen,
Maurits deed haar hoger rijzen,
Frederik door de wereld prijzen,
Daar hij kwam en zag en won.
Wonen wij hier in moerassen,
Uit de plassen,
Rees een schat van lauwerblaan.
Ruijters zag men triomferen,
Trompen 's vijands macht braveren,
Heijnen roemvol wederkeren,
Diep met goud en buit belaan.
Wonen wij op lage stranden,
Uit die landen,
Steeg een Huigen, rees De Groot,
Jan de Witten, Barneveltden,
Schilders, dichters, letterhelden.
Ja, wie kan uw roem vermelden,
Hooft en Vondel, Cats en Poot.
Leven wij hier in moerassen,
Uit die plassen,
Schieten nu ook lauwerblaan.
Dit kan Quatre-Bras vermelden,
Met den prins aan 't hoofd der helden,
Ook de Algierse pekelvelden
Tuigen onze gloriedaan.