Juffrouw pas op je hondje
Ja, in zo menig stad,
Daar vindt men altijd wat,
Daar heeft men uitgevonden
De belasting op de honden.
Drie gulden is de prijs,
Dan krijgt men een bewijs,
Maar als men niet betaalt,
Wordt het hondje weggehaald.
Refrein:
Juffrouw, pas op je hondje,
Geef maar het beest een klontje
De hondenkar is daar,
Pas op je hondje maar.
Heeft men een hond die waakt,
Dan is het uitgemaakt,
Betaalt men maar twee gulden,
Of hij ook blaft en brulde.
Dan ben je kant en klaar,
Betaal twee gulden maar,
Ge hebt weer een jaar crediet,
Men haalt je hondje niet.
Krijgt hij een koper kruis,
Dan loopt hij vrij uit huis,
De prijs is dan drie poppen,
Dan krijgt hij nimmer schoppen.
Twee gulden als hij waakt
En niet de straat genaakt,
Hou hem dus trouw in huis,
Dan maakt gij geen abuis.
Belasting moet er zijn,
Gelijk als op de wijn,
En geldt het ook de honden,
Het is netjes uitgevonden.
Een hond is trouw en waakt,
Dat er geen dief genaakt,
En dat hij niet meer trekt,
Die wet is ook perfect.
Zie eens een kruiersvrouw,
Die trekt soms aan een touw,
In plaats van grote honden
Die voor hun vrachtkar stonden,
Moest zij in 't kinderbed,
Zij trok soms voor de pret,
Haar baas, een slimme guit,
Vond kas en paard toen uit.
Ja, orde moet er zijn,
Is 't hondje groot of klein,
Belasting moet er wezen,
Al was het niet voor dezen.
O, wat een minne prijs,
Men krijgt ook een bewijs,
Dat men zijn schuld betaalt,
En daarom niet gedraald,
Juffrouw, pas op je hondje,
Kom, geef het dier een klontje,
Een hammebeen is goed,
Als hij soms kluiven moet.