Naar versjes-menu  

Het bankbiljet groot f 1000,--

Bluf, bluf, allemaal bluf,

Wat zou 't leven anders geven,

Bluf, bluf,bluf is de puf,

Zonder bluf was 't leven duf.

 

Jonge heertjes, heel brutaal,

Bij papaatje, fiks in 't laadje,

Geld - gelijk een pad zo kaal,

Knevels als een generaal,

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Zie dien groten winkelier,

Veel vertoning, voor de woning,

Vrouw en dochters, wat een zwier,

Maar de winkel! geen vertier - 

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Ginds een maaklaar in de wind,

Die veel kakelt - weinig makelt,

Heel veel speculatie vindt,

Maar er zelden zij bij spint,

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Hier een schrijvend advocaat,

Klaar van zessen, geen processen,

't Grootst orakel, langs de straat,

Weinig zaken, heel veel praat,

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Daar een volksrepresentant,

Wiens voornaamheid en bekwaamheid,

Uitgevent werd in de krant,

Als de bolleboos van 't land,

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

 

Ginds een hoog-befaamd poëet,

Die zijn rijmen zit te lijmen,

Als een bakker, die in 't zweet,

Al zijn deeg van zemels kneedt,

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Zie, die fijne kindermaagd,

't Laarsje aan 't voetje, lint op 't hoedje,

Breed gedoekt en mooi gekraagd,

Krek zoals mevrouw 't ook draagt,

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Ginds dat woonhuis, 't is patent,

Mooi van buiten, grote ruiten,

Jaarlijks nieuw ameublement,

Schuld, ziedaar 't equivalent:

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Krijg ik een ministerspost,

'k Zal elk bevredigen, niemand beledigen,

'k Maak een wet die 't land verlost,

Maar komt die wet, 't is ouwe kost,

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Een acteur, heel knap en kaal,

Geen talenten, noch minder centen, 

Zeg; 'k Ben gefloten, 't was kabaal,

Daar ik altijd anders roem behaal:

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Dat dametje zo vroom en fijn,

't Kerkboek in 't handje naar 't eerste trantje,

Zegt: Ma, 'k moet in de vroegpreek zijn,

En....wandelt met een kapitein.

Bluf, puf, allemaal bluf.

 

Als je 't op de keper ziet,

Al de dingen, zelfs mijn zingen,

Zelfs dit philosophisch lied,

't Is een bluflied, anders niet:

Bluf, puf, allemaal bluf.