Naar versjes-menu  

Het lied van "de Barents"

1.

Naar 't Noorden! 't Noorden! ging eens onze vriend,

Daar heeft hij zijn vorst als een ridder gediend,

Daar droeg hij zijn kleur als vrijwilliger van Young

Die langs Groenland zoo roemrijk door d' ijsvelden drong.

Daar droeg hij zijn kleur als vrijwilliger van Young

Die langs Groenland zoo roemrijk door d' ijsvelden drong.

 

2.

Tot twee keer gaat Beynen met hem om de Noord,

En "Tromp!"noemt bewonderend hem ieder aan boord.

O! makkers, oud Hollands vlag ligt hier ter neer!

Wie ontplooit haar met mij op een ijsschoener weer!

O! makkers, oud Hollands vlag ligt hier ter neer!

Wie ontplooit haar met mij op een ijsschoener weer!

 

 

3.

Naar 't Noorden, naar 't Noorden, heel d' aarde  zal het zien,

Wat Holland, oud Holland nog 't hoofd durft te biên,

Hoe 't volk aan verleden en toekomst gehecht,

Geen gevaren ontziet voor zijn eer en zijn recht!

Hoe 't volk aan verleden en toekomst gehecht,

Geen gevaren ontziet voor zijn eer en zijn recht!

 

4.

Ja, Neêrland! uw zeelui beminnen 't gevaar,

In d' ijszee gehard valt geen taak hun ooit zwaar;

En kost het ook velen, wij geven als rouw

Hun het ridderlijk grafschrift: "Beleid Moed en Trouw!"

En kost het ook velen, wij geven als rouw

Hun het ridderlijk grafschrift: "Beleid Moed en Trouw!"

 

5.

De "Barents"breekt nu door het ijs keer op keer,

Want Beynen wees Neêrland het strijdperk der eer;

Hij toonde ons hoe geestdrift de zelfzucht verwint,

En wij minnen eens 't land zoals hij 't heeft bemind!

Hij toonde ons hoe geestdrift de zelfzucht verwint,

En wij minnen eens 't land zoals hij 't heeft bemind!