Naar versjes-menu  

Alle braven

1.

't Blij hoezee worde aangeheven,

Daverend rolt het langs het strand,

Goed en bloed en 't lieve leven

Wijden we aan het Vaderland.

Laat het klinken langs de baren;

Heil zij Vaderland en Vorst!

Spat ons 't zeeschuim in de haren,

Hollands hart gloeit in de borst;

Dappere zonen van de zee!

Zingt uw zangen onder 't varen,

Alle braven zingen mee.

Alle braven zingen mee.

 

2.

Onze broeders dragen 't wapen,

Staven Hollands oud gezag,

Wij zijn voor de zee geschapen

En beschermen onze vlag.

Wordt aan wal het staal geslepen,

Dat geweld en list weer staat,

't Is de donder onzer schepen

Die in 't hart des vijands slaat!

Dappere zonen van de zee!

Stout de lonten aangegrepen

Alle braven zingen mee.

Alle braven zingen mee.

 

3.

Ja, bij God! dat zweren we allen,

Hoe verraad zijn listen plooit.

Strijdend mogen we eenmaal vallen,

Vlaggen strijken doen zij nooit!

Laat het klinken langs de baren

Voor een later landgenoot,

Dat er eenmaal zeelui waren,

Die niet vreesden voor den dood,

Dappere zonen van de zee!

Zingt een Hollands lied in 't varen

Alle braven zingen mee.

Alle braven zingen mee.

 

4.

Ja, aan de oevers van de Schelde

Werd een dure tol gebracht;

Gij Van Speijk deed Holland gelden,

Trots een grote overmacht.

Heerlijk deed de kreet zich horen;

Liever aan den dood ten buit,

Dan en vlag en eer verloren!

En hij stak den brand in 't kruit.

Dappere zonen van de zee!

Is ons ook dit lot beschoren,

Alle braven zingen mee.

Alle braven zingen mee.