
Adelborstenlied
1.
Waar De Ruyter eens moest sneven,
Waar een Tromp zijn roem behield!
Staan wij aan 't begin van 't leven,
Maar me hoop en moed bezield,
Wordt nog eens in later dagen,
Neęrlands Vlag ten krijg ontplooid!
Stervend zullen wij haar schragen,
Stervend zullen wij haar schragen,
Maar die Vlag verlaten....nooit!
Maar die Vlag verlaten....nooit!
2.
Slaat de luipaard eens zijn klauwen,
Naar het vrije Neęrland uit!
Mocht de Adelaar 't beschouwen
Als gemakkelijke buit,
Tromp, de Ruyter zal herleven,
In het jonge Nederland!
't Voorbeeld door Van Speijk gegeven,
't Voorbeeld door Van Speijk gegeven,
Volgen wij met hart en hand!
Volgen wij met hart en hand!
3.
Ja, wij slaan het oog naar boven,
Waar ze wappert, over dag
En we zweren, we beloven,
Eeuw' ge trouw aan Neęrlands vlag,
Wordt nog eens in later dagen,
't Rood, wit, blauw ten krijg ontplooid!
Stervend zullen wij haar schragen,
Stervend zullen wij haar schragen,
Die gelofte schenden wij.......nooit!
Die gelofte schenden wij.......nooit!