
Matrozenlied
Een zeeman is een mens,
Die heeft als en'ge wens,
Het zeegat uit te varen,
De wijde wereld in.
De wijde wereld in.
De storm, de wervelwind
Dat is z'n beste vrind,
Hij zoekt altijd gevaren,
Dan heeft hij pas zijn zin.
Dan heeft hij pas zijn zin.
Maar komt hij weer aan land,
Zet hij de zee aan kant,
Dan zijn het slechts de vrouwen,
Waarvoor z'n hart nog brandt:
Refrein:
Dat is de liefde der
matrozen,
Want hun hart, dat is 'n punt,
Waar je altijd "ank'ren" kunt.
Daar kun je steeds weer je verpozen.
Een matroos dat is toch iemand
Die je altijd graaag wat gunt.
Hij wil wel altijd van je houwen,
Maar trouw, kan hij toch nimmer zijn.
Zó is de liefde der matrozen,
Van de kleinste, tot de grootste,
Tot de rang van kapitein.
Van de kaap tot Purmerend,
Geen stad die hij niet kent,
Waar hij gaat passagieren,
Daar davert het plezier.
Daar davert het plezier.
Voor hem is elke vrouw
Hij zweert ze allen trouw,
En mocht hij harten breken
Daarom geeft hij geen zier.
Daarom geeft hij geen zier.
Want als hij weg wil gaan,
Dan zegt hij heel spontaan:
"Ik heb in Buenos-Aires,
M'n schoenen laten staan".
Refrein: (als boven)