Naar versjes-menu

Onderstaande versjes zijn mij toegezonden door Marianne Dijkstra-Boon

Pappie waar ben je? 
 
Bob dat was een leuke jongen
van pas nauw'lijks veertien jaar.
Hij had 'n hekel aan zijn vader.
Kijk, dat zat zo in elkaar.
Pa, die was een reuze zwabber.
Maakte heel veel centen op.
Bob, die dacht, als dat zo doorgaat,
Heb ik naderhand een strop.
Pappie zwabberde lustig voort.
Hij dronk dikwijls, ongestoord.
     Pappie, waar ben je, heeft pappie weer pret?
     Lig je weer dronken te snorken in bed?
     Had je daar straks weer eens ruzie met ma?
     Waarom loopt m'n pappie de dienstmeid zo na?
 
En als pappie 's avonds uit ging
met zijn hoge hoed en stok.
Zocht hij 't allereerst zijn vrienden,
daarna z'n vriendinnen op.
O, wat kon die vent nog sjansen.
Steeds had hij de grootste gein.
Elke avond kon je hem vinden
bij 'Chez Gaston', Torbeckeplein.
Pappie maakte steeds plezier.
gaf om vrouw en kind geen zier.
      Pappie, waar ben je, soms weer aan de rol?
      Heb je van de oesters je buikie weer vol?
      Hebben de meisjes bij pappie weer schik?
      Verdienen de schatjes aan pappie weer dik?
 
Maar ineens kwam er verandering.
Pappie werd opnieuw solied'
Hij had van de nood gelezen
in het Drentse veengebied.
En ook Schuttevaer, hij wachtte
geldelijken onderstand.
Pappie zorgde toen voor beiden
door bemiddeling van de courant.
Zo was pap opeens bekeerd.
't Leven had hem veel geleerd.
     Pappie is nu weer steeds bij z'n gezin.
     Voor elk doel schrijft hij voortaan in.
      Daarmee vervult hij zo menige wens.
      En tevens toont pappie zijn zijde als mens.

 

Moeder mijn...
 
Toen ik voor het eerst ging lopen
zocht ik steeds mijn steun bij jou.
Want je hart stond voor mij open
vol van liefde, vol van trouw.
Wat ik ook aan jou mocht vragen
altijd gaf je mij m'n zin.
Kwam Klaas Vaak me stiekem plagen
stopte jij mij m'n bedje in.
 
Moeder mijn,... moeder mijn,
kon het toch nog maar als vroeger zijn.
Dat je mij geleidde, hand in hand
door 't mooie kinderland.
'k Denk met vreugd' aan mijn jeugd.
Hoe vaak heb je niet m'n hart verheugd.
Als ik sliep dan hield je trouw de wacht.
Je waakte dag en nacht.
En al had jij somtijds zorgen
ik voelde het niet.
J' hield ze steeds voor mij verborgen
al had je ook veel verdriet
 
M'n lieve moeder mijn,... moeder mijn.
Kon je nog maar eenmaal bij me zijn.
Maar die tijd is nu voor jou en mij
helaas voorgoed voorbij.
 
'k Drukte veel vreemde handen,
reisde heel de wereld rond.
Kwam in onbekende landen
waar ik dikwijls vriendschap vond.
Maar in nood en droeve dagen
stond ik altijd weer alleen.
'k Kon mijn leed aan niemand klagen.
Waarom ging jij van mij heen?
 
Daar bij de waterkant.
 
Ik heb je voor het eerst ontmoet,
Daar bij de waterkant, 3x
Ik vroeg of ik je kussen mocht
Daar bij de waterkant.
Je kreeg een kleurtje en zei: "Nee,
hoe komt u op 't idee.
U bent beslist abuis"
Maar, na verloop van nog geen jaar
werden wij een paar.
Stonden we samen op de stoep van het stadhuis.
 
Ik heb je voor het eerst ontmoet .... enz.
Een Zeemanshart.
 
'k Ging met je mee, in Rotterdam.
Toen ik van zee, in Holland kwam.
Ik dacht alleen, het is maar spel.
Een zeemanshart, vergeet zo snel. 2x
 
Nog zie ik je staan, in Rotterdam.
'k Voel nog je traan, toen j'afscheid nam.
Ik dacht nog steeds, het is maar spel.
Een zeemanshart, vergeet zo snel. 2x  
 
M'n schip zwierf rond, langs verre kust.
Maar nergens vond, mijn hart nog rust.
Nog denk ik steeds, 't is maar een spel.
Een zeemanshart, vergeet zo snel. 2x
 
Maar, 'k kom terug, terug bij jou.
Dan word jij vlug, mijn lieve vrouw.
Ik weet het nu, het is geen spel.
Want, ook 'n zeemanshart, vergeet niet snel. 2x
                      Zeep en soda                  
 
Refrein: Zeep en soda, zeep en soda,
             mijn eten is weer naar de maan.
            Zeep en soda, zeep en soda
           mijn vrouw heeft weer iets geks gedaan.
 
Mijn vrouw die kookt, niet al te duur.
Maar af en toe, krijgt zij een kuur.
Dan doet ze zeep in de puree,
of doet ze soda in de thee. Refr:
 
 
Een kennis, at een keertje mee.
Het werd een uit- gebreid diner.
Schuimbekkend zei hij toen spontaan.
"Je vrouw heeft weer haar best gedaan" Refr:
 
Ze doet haar werk, met veel plezier.
Maar gaat ze naar, de kruidenier
dan neemt ze meestal per abuis
weer zeep en soda mee naar huis. Refr:
 
Zes dagen lang, kom ik te kort.
Krijg zeep en soda, op mijn bord.
Maar,'s zondags haal 'k de schade in
'k Eet in de stad dan naar mijn zin. Refr:
                       Glimwormpje                     
 
Glimwormpje,
ergens in het duister.
Toon me vanavond al je luister.
Breng met je weergaloos geflonker,
vrolijke stippen in het donker.
 
Glimwormpje,
al is het geen verplichting.
Zorg voor een mooie feestverlichting.
Want ik vond een vrouw naar mijn idee,
 
Glimwormpje, glimwormpje,
gloei voor twee.
                        Music, music, music                           
 
Zet de wereld op z'n kop, met een opgewekte mop
geef je bokkenpruik een schop met music. 3x
Cupido krijgt ons niet klein, rozengeur en maneschijn
kunnen ons gestolen zijn met music. 3x
Hola, de pianola, speelt kat en muis
met zorg en pech en dan verdwijnt de hele rataplan.
Dus? Zet de wereld op z'n kop met een opgewekte mop.
Monter alle mensen op met music 3 x 
 
Heel de wereld ligt in zwijm, voor 't them' van Harry Lime.
Citers moeten mode zijn bij music 3x
Spreek je een belastingman, weet je dat je dokter kan
en je riskies rinkelen dan als music 3x.
Hola, de pianola, ping pingelt
van tararaboemdië en vrolijk pingelt alles mee.
Dus? Wees geen zure ouwe zeur, met een tweedehands humeur
Jaag je zorgen uit de deur met music, music, music!

                   Geef mij maar de prairie                   

 
Er was eens een cowboy vol grote gebreken.
't Liep altijd verkeerd wat hij deed.
Hij lag eens te slapen in zijn wollen deken
werd wakker en dacht, wat is het heet.
Hij lag naar 't kampvuur met zijn ruggekant.
Het zitvlak was gans uit zijn rijbroek gebrand.
Yippie, yippie,yippie ay ye
zing het refrein met ons mee.
 
Refr:Geef mij maar de prairie een zadel en paard
        dan kan mij de rest niks schelen.
        Alleen op de prairie met zadel en paard
        dan zal ik me nooit vervelen.
 
Hij trof eens een meissie, ook zij had gebreken.
En 't liep weer verkeerd wat hij deed.
Hij had haar, hoe dom met z'n paard vergeleken
omdat zij hem af en toe beet.
Toen hij 's morgens opstond toen was hij alleen
zij ging met zijn paard en revolvers heen.
Yippie enz.
 
Hij kwam eens in Texas in een heel klein café.
Zijn tong kleefde vast in zijn mond.
Hij trof het weer slecht want men schoot er 'n beetje
de kogels die floten in 't rond.
Toen hij dekking zocht op de plaats waar hij stond
kreeg hij weer natuurlijk een schot in zijn .. hoed.
Yippie enz.
 
De cowboy was heus voor 't geluk niet geboren
want hij werd een parasutist.
Hij sprong voor een zending bij 't ochtendgloren
ofschoon hij van springen niets wist.
Hij zei:"als het valscherm niet vlug open gaat
ga ik me beklagen bij 't hoofd van de staat".
Yippie enz.
                        Tot Wederziens                          
 
Als vrienden ons verlaten
en zij begeven zich aan boord.
Voeren wij op de kade
zachtjes een laatste afscheidswoord.
 
Refr: Tot Wederziens 2x eens kom ik weer terug.
         Dus wees niet bang, het duurt niet lang.
        De tijd verstrijkt zo vlug.
       Tot wederziens 2x al weet ik niet wanneer.
        Maar niet getreurd, wat opgebeurd.
       wij zien elkander weer
 
Als wij een brief ontvangen
van vrienden heel ver over zee
Dan klinkt er iets van verlangen
in bijna alle woorden mee. Refrein.

 

My Truly fair.
 
Ik ben blij reuze blij, 'k heb een goeie dag.
M'n bruid zei "ja" toen sprak ik pa
en pa zei "ja je mag"
 
Refrein: Mijn Loesje houdt van mij, Loesje houdt van mij.
               Met mijn  Loesje ben ik blij.
              Ik schenk haar dozen vol rode rozen.
              Ook mijn hart krijgt zij erbij.
 
Ik gaf haar een gouden ring met 'n diamant
op schoonpapa zijn rekening,
in plaats van á contant. Refr:
 
Als zij mij 'n kusje geeft dan voel ik me blij
en vraag er dringend en beleefd
nog en paar kusjes bij.  Refr:
 
Ik heb niet zo'n beste baan als ik soms vertel
van liefde alleen kan'k niet bestaan
maar we proberen het wel. Refr:
 
's Avonds als het maantje schijnt om een uur of tien
dan krijgt ze een mooiere kus dan je in
de bioscoop kunt zien. Refr"
 
'k Hou van haar, zij houdt van mij, Loesje wordt mijn vrouw.
Ze maakt me ieder keer weer blij
Als Loes zegt, "Ik hou van jou". Refr:

 

   Het stille klooster
of oorlogsleed eener moeder.
 
Zachtjes klinkt het avondklokje.
Alles keert ter ruste weer.
Vogelen zingen treurige liederen.}
't Zonlicht daalt in 't westen neer.} bis.
 
Achter in het stille klooster
zusters in hun zwarte dracht.
Zij verplegen daar de lijders }
die gewond zijn aangebracht.} bis.
 
Beide deuren staan wijd open
en een Zuster treedt daarin,
met een jongeling in haar armen}
die nooit weer ten strijde ging.} bis.
 
Beide beenen afgeschoten
en daarbei een rechterhand.
Want hij had zo trouw gestreden}
voor zijn eer en vaderland.} bis. 
 
Aan de deur van 't stille klooster
klopt een Droeve Moeder aan:
"ligt mijn zoon hier zwaar gewonden?}
'k Zou zo gaarne tot hem gaan!"} bis.
 
"Arme Moeder!" sprak de zuster.
"Uwe zoon, hij leeft niet meer.
Al zijn lijden is geleden,}
hij stierf voor zijn land en eer!"} bis
 
Bij het ziekbed aangekomen,
nam zij 't witte doodskleed af.
En in tranen stort zij neder: }
"Delf voor hem en mij een graf."} bis.
 
Op het kerkhof ligt begraven
eene Moeder en haar zoon.
En nu strijden zij voor eeuwig}
Ja, voor eeuwig voor Gods troon!...}bis.
 
                   Glimworpje                         
 
Glimwormpje, ergens in het duister.
toon me vanavond al je luister.
breng met je weergaloos geflonker,
vrolijke stippen in het donker.
 
Glimwormpje, al is 't geen verplichting.
Zorg voor een mooie feestverlichting.
Want ik vond een vrouw naar mijn idee.
Glimwormpje, Glimwormpje, gloei voor twee.
 
                  Goudkoorts.                    
 
De schoonheid van velden, de rotsen het bos
zij laten de goudgraver koud.
Hij wast en hij graaft en hij hakt alles los
Goud, goud, goud.
 
Zij zoeken naar goud in de bergen.
Beheerst door de zucht naar dat geld.
Een werk dat hun krachten zal vergen
in regen, onweer en geweld.
Zij wassen het zand der rivieren
die stromen door 't oeroude woud.
De macht van de goudkoorts die
gloeit in hun ogen, goud, goud, goud!
 
En 's nachts, bij het spaarzame licht van de maan.
en huilende dieren in het woud.
Dan ziet men nog steeds weer die goudgraver gaan,
Goud, goud, goud!

                        Als in Holland..                            

 
Zing van het voorjaar, zing van de Mei.
Koude en winter zijn weer voorbij.
Fluit met de vogels, zing met ons mee.
Want ook in Holland, komt de lentefee.
Refrein: Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien,
               komt de lente, komt de lente.
               In de weide de lammetjes stoeien,
               is 't voorjaar in 't verschiet.
               En we voelen ons blij,als de vogels zo vrij.
               Koning Winter is verdreven.
               Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien
               zingen wij het lentelied.
 
Kom lieve lente, wacht niet te lang.
 
Over bos en velden klinkt ons gezang.
Heel ons verlangen, richt zich op jou.
Kom mooie lente, verjaag de winter gauw. Refr:
 
Straks weer naar de bossen, heide en strand.
Trekken we samen door ons mooie land.
Dan is 't weer heerlijk buiten te zijn.
Kom toch, o Lente vol van zonneschijn.Refr:
 

                 Zeven dagen lang..                 

 
Zeven dagen lang, zit ik nu alleen.
Zeven dagen, zonder jou om me heen.
Toen jij mij verliet, had ik allang berouw.
Zeven dagen lang, verlang ik naar jou.
 
'k Huilde tranen met tuiten,
oea, oea, oe
Al dat snikken en snuiten.
maakte mij zo moe.
'k Wil niet langer wachten
oea, oea, oe.
Ik wil in gedachten
steeds naar je toe.
 
't Leven zonder jou, bevalt mij zo slecht.
Ik wou dat je vergat, wat ik heb gezegd.
Want op dat moment, verloor ik m'n geduld.
'k Zie 't nu wel in, het was mijn eigen schuld.
 
[van het tussenstukje,kan ik me de wijs niet herinneren
 
Kom d'r in, zet je hoed af...
 
Refrein: Kom d'r in, zet je hoed af.
              kom d'r in, schuif je stoel maar bij.
              Doe maar net, of je thuis bent
              en zet al je zorgen opzij.
 
De baas van een kroegje in Mokum
die kwam op een aardig idee.
Hij zingt als de deur wordt geopend 
en ieder die zingt met hem mee. Refr:
 
Een tramconducteur die 't hoorde
was dadelijk weg van dit lied.
Hij zingt het bij iedere halte
of er nu plaats is, of niet. Refr:
 
Laatst belde een vriendelijk heertje
zoals je er zelden een ziet.
Ik zei hem, "kom binnen",maar dat ie
de deurwaarder was, wist ik niet. Refr:
 
M'n buurman gaat iedere week kaarten
en maakt het dan tamelijk laat.
Z'n vrouw wacht hem op bij de voordeur
en slaat met 'n pook in de maat. Refr:
Wipneus en 'n kersenmond.
 
Ik ging een dagje naar de stad
ofschoon ik er niets te zoeken had.
Toen vond ik daar m'n grootste schat,
een engel en ze had, een.....
Refrein:

wipneus en een kersenmond, kersenmond, kersenmond

               een wipneus en een kersenmond
               en wangen als twee appeltjes zo rond.
 
Nee, nooit vergeet ik deze dag.
Haar stem was als een lentelach.
Van alle meisjes die ik zag
was geen zo lief als zij, met haar.... refr:
 
'k Wou niet laat naar huis toe gaan
Maar ik kon die schat niet laten staan
En bij het gaslicht in de laan
gaf ik haar toen een zoen, op haar... refr:
 
In ons huisje op de hei
daar kwam op een dag in mei
een paar leuke kleuters bij.
en die hadden allebei, een.... refr:
 
Vijftig jaar zijn heen  gegaan
en onze liefde bleef bestaan
Op ons bankje in de laan
kijk ik nog even graag, naar haar... refr:
                                                       Bokkie, bè                                                           
 
De groenteman van de overzij
die speelde eens in de loterij.
Hij won tot zijn schrik 'n levende bok
en heel de straat die zong om blok.
Refrein: 

Bokkie, bokkie, bè, bokkie bokkie bè.

    De bok zei niets, maar iedereen zei bè.
 
De bok moest 's nachts in de winkel staan
en heeft zich daar toen tegoed gedaan.
Een ieder die d' andere dag om groenten kwam
kreeg als antwoord van de groenteman.   Refr:
 
Geen mens die die week nog groenten kreeg.
De bok vrat steeds de hele winkel leeg.
De groenteman zelf kwam veel tekort
al kreeg hij iedere dag op z'n bord.  Refr: 
 
De bok moest toen in de kamer zijn.
Maar 's nachts was het hele huis te klein.
Hij vrat aan de dekens en had heel koket
zijn tanden in een teen gezet.    Refr:
 
De bok moest toen naar de slager heen
Geen mens weet waar toen die bok verdween.
Maar wie d' andere dag aan tafel zat
die sprong en zong de hele dag.  Refr:   
 
                                                Kadoedelatoe                                             
 
Mijn buurman had een meisje, in dienst wel te verstaan.
Die met diverse laatjes heel slordig om moest gaan.
Zij liet van alle meubels de la steeds open staan.
Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat heeft Kaatje het gedaan.
 
Kadoedelatoe,  zingt het hele huisgezin.
Kadoedelatoe, stemt de hele buurt mee in.
Kadoedelatoe, 'k weet niet wat er in zit.
Maar.. Kadoedelatoe, is de nieuwste hit.
Eenmaal
 
Jij hebt mij verlaten, jij ging van mij heen.
Zonder iets te zeggen, liet je mij alleen.
Maar je zult me missen, daar en overal.
Maar weet, dat ik altijd op je wachten zal.
 
Refrein: 

Eenmaal zal ik je weer ontmoeten.  

Eenmaal kom je bij mij terug.
               Eenmaal zal ik je weer ontmoeten.
    Lang zal het niet duren,
  want de tijd gaat zo vlug.
 
Al die mooie jaren samen van ons twee.
Nam je na het scheiden in je hart toch mee.
Als je daaraan even jouw gedachte schenkt.
Weet ik, dat verlangend, jij aan mij dan denkt. Refr:
 
Als je gaat betreuren, wat je hebt gedaan.
Kom dan zonder schromen, daad'lijk bij mij aan.
Niemand zal iets zeggen, maar ons hart viert feest.
Het zal zijn alsof  je nooit bent weggeweest. Refr:
 

 

De kleine diligence.
 
Grootpapa heeft mij een keer verteld
wat hij vroeger heeft ervaren.
't Is een sprookje vol van romantiek
uit die goeie ouwerwetse jaren.
Want in die tijd moest je ergens zijn,
er was geen auto en geen trein.
Dan had j' alleen nog maar 'n kans
met de schuit of diligence.
 
Refrein: In die klein diligence, zat een jonge blonde Franse    
               Aan 'r linkerhand zat Ma, aan 'r rechterkant zat Pa.
              Tegenover haar 'n tante en daarnaast de gouvernante.
              Dus dat kind werd goed bewaakt en door niemand aangeraakt..
              Toen de koets bleef staan keek ik haar eens aan
              en ik was voldaan want ze lachte.
              Haar Pa zei iets maar hij merkte niets.
              en fluisterde toen iets.
              In die klein diligence, zag ik voor 't  eerst Hortence.
             Dat is nu je grootmama, jongen doe me dat eens na.
             'k Zat die nacht met mijn Hortence, in die kleine diligence
             Ieder lag in diep rust en ik heb haar welbewust
             toen voor d' eerste maal gekust.
 
Maar d' avond viel en 't werd dus tijd
Hier of daar te overnachten.
Bij een klein hotel werd nu gestopt
daar zou men de nieuwe dag afwachten.
Maar in de tijd toen ieder sliep
was ik het die haar wakker riep.
En ik zong toen zachtjes in het Frans
't Liedje van de diligence. Refr:       
Het Veerhuis aan de IJssel.
 
Aan de oever van de IJssel staat een Veerhuis
daar woont een meisje, Greetje is haar naam.
Je zult haar daar helaas niet meer ontmoeten,
want Amor heeft ook hier zijn werk gedaan. bis.
 
De hele dag voer zij de mensen over
Ze deed haar werk met opgewekt gezicht.
Haar held're lach klonk vrolijk over 't water
En iedereen hield van dat lieve wicht. bis.
 
Een schipper die geregeld daar voorbij voer
heeft met zijn lied dat blonde kind bekoord.
Op zeek're dag liet hij het anker vallen
en nam zijn Greet voor altijd mee aan boord. bis.
 
Nu vaart zij blij met hem langs vreemde kusten
ze nam voor altijd afscheid van de pont
In 't veerhuis woont sindsdien een ander meisje
dat wacht tot ook voor haar een schipper komt. bis.
 
                               Kom weer naar huis                    

    Kom weer naar huis, als je verandert van gedachten.

Kom weer naar huis ons eigen nestje van weleer.
Kom weer naar huis ik kan op jou niet langer wachten.
Kom weer naar huis, dan zet ik rozen voor je neer.
Je eigen stoel staat klaar, hier bij het raam
Steeds denk ik, 'kwam je maar'
en fluister zachtjes dan jouw naam.
Kom weer naar huis ik kan op jou niet langer wachten.
O kom terug het zal voorgoed vergeten zijn.
O keer terug, laat mij niet langer wachten.
O keer terug en breng opnieuw weer zonneschijn.

 

        Wie zal dat betalen?         
 
Ieder gezin zit wat krap in het geld
't huishoudboek komt niet meer uit.
Of pa wat meer geeft, dat helpt hem geen fluit
Moeder blijft klagen en steunen.
Toch komt dat aardig hoedje in huis
Toch komt die leuke japon.
Ja, zelfs die schoenen en mantelcoupon
dan begint vader te kreunen:
Refrein: 

 "Wie zal dat betalen?

         Wie heeft dat besteld?
                Wie heeft zoveel ping, ping ping?
                Ja, wie heeft zoveel geld?" : 2x
 
 
Jansen, dat weet men, zit steeds op zwart zaad
komt men om geld aan de deur
Doet zijn vrouw open en zegt met een kleur
" 'k zal het u morgen wel sturen"
Toch komt de slager geregeld aan huis.
Laatst bracht men zelfs zes flessen wijn
Slagroomgebakjes brengt men per dozijn
Glimlachend vragen de buren: Refrein
 
Pieters ging trouwen, maar had niet veel geld
't Werd dus eenvoudig gedaan.
't Zou zonder opschik warempel wel gaan
vlug het stadhuis in te wippen.
Maar bij zijn bruidje, in zijde en kant
krabbelde hij aan zijn oor
en toen zijn schoonma zei:"D' auto staat voor"
vroeg hij met trillende lippen. Refrein.
   

 

Janneman.
 
Kleine Janneman ging slapen
dromen van zijn lieve moe.
Zijn pa zei elke keer
"Zij komt nooit weer.
zij is naar het huisje van de Heer"
 
's Morgens vroeg al bij 't ontwaken
vond pa zijn enige zoon
Met een glimlach op de lippen.
Dood aan de telefoon.  

 

Ginds onder de bomen.
 
Bij ons in 't dorpje, daar staat aan de weg.
Een klein boerderijtje, ginds achter 'n heg.
Met witte gordijntjes en voor elke ruit
'n vaasje met rozen en daar woont mijn bruid.
 

Refrein: 

Ginds onder de bomen, aan' t eind van de weide

    daar staat in de schaduw, 'n vriendelijk huis.

      n Klein boerderijtje met knechten en meiden

               en daar woont mijn meisje, daar voel ik me thuis.
               Een aardig boerinnetje met hemelsblauwe ogen.
               waarmee ik 's avonds zit bij 't vuurtje in die schouw.
               Ginds onder die bomen, aan 't eind van de weide
               daar woont mijn meisje, aar ik mee trouw.
 
Wanneer zij gaat melken, ga ik naar d'r toe
Dan houd ik de emmer en zij melkt de koe
En als we dan samen verlaten de wei
dan draag ik de emmers, zo lustig en blij. Refr:
 
In mei wordt de wagen met rozen getooid
Dan krijgt zij een sluier met bloemen bestrooid
dan rijden we vrolijk naar 't kleine stadhuis.
En komen we deftig als echtpaar thuis. Refr:

 

Op de sluizen van IJmuiden.
 
Het leven is mooi, maar het noodlot is wreed.
Als je van elkander moet scheiden.
Je ziet in de ogen dan droefheid en leed.
Je hart voelt de smart van 't lijden.
Dan kijk je elkander nog eventjes aan
en fluistert bewogen, "ja nu moet ik gaan
't Was alles zo mooi, maar voorbij toch zo gauw
en ik, ik hou van jou".
Refrein: 

"Op de sluizen van IJmuiden

               heb ik jou vaarwel gekust.
               Op dat plekje bij de haven,
               stelde jij me weer gerust.
              'k Kon mijn tranen niet bedwingen,
               afscheid nemen deed ons zeer.
               Op de sluizen van IJmuiden
               daar zien wij elkander weer."
 
Zie ik je staan als een droom in de nacht.
Om je heen de ruisende bomen.
Dan hoor ik je weer van heel ver en zacht.
"Tot ziens, ik zal spoedig weer komen"
Dan weet ik, je draagt 't wel dapper en oprecht.
Maar wat jij wou zeggen, werd niet gezegd.
Want ach, je verdween weer zo haastig, zo gauw.
En ik, ik houd van jou. 

 Refrein.

             Misschien                   

Orkest zonder Naam

 
Wij mensen, wij houden van dromen,
al is dat gedroom maar bedrog.
Soms kan de vervulling niet komen,
toch wensen en hopen wij nog.
Maar spreek je over de liefde
die je graag prachtig wilt zien.
Dan lacht zij schuchter en zegt ietwat nuchter:
" Ja, zo zal het zijn schat misschien".
 Refrein: "Wij worden een paar. [misschien, misschien]
                 Nog binnen 'n jaar. [misschien, misschien]
                En als we samen zijn dan zal er zon bij maneschijn zijn.
                Wij krijgen een huis. [misschien, misschien]
                Ik blijf 's avonds thuis.[misschien, misschien]
               Je zult het zien, het wordt 'n mooie tijd misschien."
 
En 'hij' kijkt een 'zij' in d' ogen
en zegt bij het licht van de maan.
"Nog nooit was mijn hart zo bewogen
Nooit zal er een ander bestaan.
Jij bent mijn liefste, mijn alles.
Jij bent de vrouw die ik dien". 
Dan lacht zij schuchter en zegt ietwat nuchter  
"Ja, zo zal het zijn schat misschien". 

Refr:

 
"Mijn lieveling, niets kan ons scheiden"
Is iets dat met vuur wordt gezegd.
Maar ach, in de loop van de tijden,
komt daar niemendal van terecht.
Zweert men je trouw voor het leven
tracht dan de waarheid te zien.
Weet je, ja weet je, dan lach je een beetje
en zeg je in jezelf zacht," misschien".

 Refr:

 

Greetje uit de polder.
 
Ik weet in de polder een huisje te staan
verborgen door bloemen en struiken.
Een sloot is er voor en een stoep zit eraan
en vensters met rood-witte luiken.
Daar ga ik elk jaar met vacantie naar toe.
Ik voer er de kippen en melk er de koe.
Ik maai en ik zaai er zo'n beetje
en zoen in het klompenhok Greetje

 

Refrein: 

Kleine Greetje uit de polder, kind van 't lage land.

               Blond van haar en blauw van ogen
               geef me toch je hand.
               Kleine Greetje uit de polder, zeg me nu eens gauw
               als het koren rijp is, word je dan mijn vrouw?
 
Want Greetje heeft mij al haar hartje beloofd.
Maar eerst moest de tarwe gemaaid zijn.
Toen vroeg ik haar weer, maar ze schudde haar hoofd.
Nu moest eerst de rogge gezaaid zijn.
Toen had ze geen tijd, want toen werd er gehooid.
Toen moesten de piepers zo nodig gerooid.
Een koe werd mama , wel en weet je
toen was er geen tijd om te trouwen bij Greetje. Refr
 
´k Werd boos kwaad en nijdig en ging naar haar toe
En zou haar eens duidelijk bevelen.
dat hooien nog rooien, of ´t lot van de koe
mij langer geen zier meer kon schelen.
Ik kwam bij het huis met de stoep er nog aan.
En bleef op de brug vol verbijstering staan.
Ik mocht er niet binnen want weet je
Er was mond en klauwzeer bij Greetje. Refr.

 

     Waterval    

                        

Zwervend door Zweden, langs bos en langs meer
voerde mijn pad door een dal.
In mijn herinnering zie ik steeds weer
die trotse waterval.
 
Waterval, flonk´rend als vloeibaar kristal.
Tussen het groen der bomen.
Schuimend en bruisend in toomloze val
ziek ik ´t water stromen.
Jij gaf mijn leven een vleug romantiek
´k Hoorde in ´t ruizen de schoonste muziek.
Waterval, tronend hoog boven ´t dal
´k Wil naar jou wederkomen.

 

Een bouquetje rode rozen.
 
Ik stuur je dit bouquetje rode rozen.
Eén voor elke kus die jij me gaf.
Waarom heb jij die ander toch gekozen,
keerde jij voorgoed je van mij af.
Ik hoor het je nog zeggen,
lieveling ik hou van jou.
Maar woorden zijn slechts woorden.
Je bleef me toch niet trouw.
 
Ik heb zoveel in stilte reeds geleden.
Je was steeds voor mij ´t liefst op aard´
Wat heb ik veel in stilte toch gebeden
Jouw geluk was voor mij alles waard.
Al heb je mij bedrogen,
mij nooit voor iets bespaard.
Blijft toch altijd jouw beelt´ nis
Heel diep in mijn hart bewaard.

 

Zaltbommel.
 
In die grote stad Zaltbommel, bommel
heerste grote watersnood.
En zo menig arme drommel, drommel,
die niet zwemmen kon ging dood.
 
Refrein: 

En te midden van die rommel, rommel

              dreef de torenspits van Bommel, bommel.
              En te midden van die rommel, rommel
             dreef de torenspits in 't rond.
 
Op een vlot van houten planken, planken
zat een grote herdershond.
Zo erbarmelijk te janken, janken
om dat hij zijn baas niet vond. 

Refr:

 
Een matroos met houten benen, benen
en een rode zwembroek aan.
Zat als een klein kind te wenen, wenen
want zijn schip dat was vergaan. 

Refr:

 
In een mand met verse broodjes, broodjes
dreef de bakkers jongste kind.
Zwaaide met zijn bote pootjes, pootjes
en stonk uren in de wind. 

Refr:</