In een blauw geruite kiel
In een blauw geruite kiel
Draaide hij aan 't grote wiel
De ganse dag
Maar Michieltjes jongens hart
Leed ondragelijke smart
Ach-ach, ach-ach, ach-ach, ach-ach!
Als matroosje vlug en net
Heeft hij voet aan boord gezet
Dat hoorde zo
Naar Oostinje, naar de West
Jongens dat gaat opperbest
Ho-jo, ho-jo, ho-jo, ho-jo!
Daar staat Hollands
Admiraal
Nu een man van vuur en staal
De schrik der zee!
't Is een Ruiter naar zijn aard
Glorierijk zit hij te paard
Hoezee, hoezee, hoezee, hoezee!
