Wij zijn jong
Wij zijn jong, de aard ligt open,
Lokt en roept met sterk geluid
Ons verlangen en ons hopen
Drijven ons de huizen uit.
Makkers laat het hoofd niet hangen
Kijkt maar in de zonneschijn
Er op uit met sterk verlangen
Wij zijn jong en dat is fijn!
Ligt daar achter gindse bomen
Niet een onbekend gebied?
Zingt de wind niet langs de stromen
Zijn bekoorlijk zang'rig lied?
Of wij zwerven op de heide
Dan wel in de duinen zijn,
Of wij gaan langs bos en weide
Wij zijn jong en dat is fijn!
Op dan, op, de zon zal stralen
Overal op onzen weg
Als de nacht te vroeg mocht dalen.
Wijzen de sterren ons de weg
't Vrolijk lied dringt uit de kelen
Mocht er soms een buitje zijn
Regen, wind, 't kan ons niet schelen
Wij zijn jong en dat is fijn!