Voorjaar
Had ik uw adem nachtegalen
Uw zilv'ren toon!
Langs alle heuv'len alle dalen
Zou ik uw smeltend lied herhalen
Zo vol, zo schoon.
Ik prees die God in mijn gezangen
Die veld en woud
Weer 't groene kleed heeft omgehangen
Na zoveel maanden van verlangen
Zo blijd aanschouwd.
Ik zou dien groote schepper loven
Die ongezien
Zijn troon gevestigd heeft daar boven
En wien de bloemjes onzer hoven
Hun hulde biên.