Van Lente
Daar was ereis een vogelijn,
klein, klein vogelijn dat
dichtte een vrolijk liedeken bij heldren zonneschijn.
Het trilde en tjiepte
en peep en zong tot mij het lied
in 't hartje drong als zilveren glenzingen
en geuren van seringen mij harte binnen drong, 't zingen
Toen voelde ik dat het lente was blank,
blank, gouden rein.
Mijn hart dat was een teere bloem, die wacht op zonneschijn.
Nu geurt het veld, nu wuift het bosch,
nu wikkelt vlinder 't popje los.
Nu gaat, op vlinder zwingen, mijn fladdrend zieltje aan gaat,
op zwingen, mijn zieltje aan 't zingen.
Nu wuift het groene bosch,'t zingen