Vaarwel aan 't woud
Wij scheiden van uw lieflijk groen;
Vaarwel, o statig bos!
In schaduw van uw bomen
Zaagt gij zo vaak ons komen
En rusten op uw mos (bis)
Ons lied wordt onder 't heengaan u
Uit dankbaarheid vereerd.
Wil ons opnieuw ontvangen
Met bloesemgeur en zangen
Als Meimaand wederkeert. (bis)
En zie, van ver nog wordt het woud
Zijn groet aan ons niet moê,
Daar 't wuift met tak en twijgen,
Die duizend stemmen krijgen;
't Roept ook vaarwel ons toe. (bis)