Toch moet de lente komen
Al dreigt de winter nog zo stout,
al kluistert hij de stromen.
Al teistert hij ook veld en woud
Toch moet de Lente komen
Al blaast de storm met woeste kracht.
Wat zou 't de Lente deren.
Zij komt, zij nadert stil en zacht
en durft den storm trotseren.
En d' aard' ontwaakt en weet niet hoe.
Zij schudt en breekt haar boeien
Zij lacht den blauwen hemel toe
en gaat weer vrolijk bloeien!
Zij strooit haar tooi in veld en woud
Zij siert weer alle bomen;
de vogels bouwen weer hun nest
Zij voelen Lente komen
De zwaluw zweeft door 't hemel blauw
Natuur roep: Op, naar buiten!
De zon lacht weer haar gouden lach
en doet de vogels fluiten
Vergeten is weer 't winterleed
't Is alles vol nieuw leven
En wij, wij danken Lente luid
voor wat zij ons wou geven!