Spoedig droog

Daar boven op 't stoepje

Staat lachend een troepje

Van jongens te kijken naar Jan;

Hij wou hier schuilen

Ging luid aan het huilen

Al was hij zo pas nog zo'n man

Nu snikt hij en stottert hij:

Wat.....wat....wat....

O, moeke, moe! moeke, moe!

Wat ben ik nat!

 

Hij staat zo verlegen

En steeds stroomt de regen:

Hij durft niet door 't water terug,

Hij kan niet door 't gootje;

't Werd vol als een slootje!

Daar gleed hij al recht op zijn rug

Hij mocht niet naar buiten toe:

Wat.....wat....wat....

O, moeke, moe! moeke, moe!

Wat ben ik nat!

 

De jongens aan 't plagen;

Dan gaan ze hem dragen

Langs 't gootje - dat slootje - naar huis.

Hij spartelt nog tegen,

Gaat wild zich bewegen;

Hij weet wel: 't is thuis lang niet pluis

Nu snikt hij en stottert hij:

Wat.....wat....wat....

O, moeke, moe! moeke, moe!

Wat ben ik nat!