Roeiliedje

De wind suist een liedje in 't wuivende riet.

En stralende zonlicht weerkaatst in den vliet.

Ons dobberende bootje danst mee op de maat,

Die 't kabb'lende water zoo lustigjes slaat.

 

Wij heffen de riemen en schieten door 't nat,

Dat bruisende tegen den steven op spat

Wij rekken en  strekken en trekken met kracht

De schipper houdt stuur en de uitkijk houdt wacht.

 

Hoezee voor het water, voor roeien hoezee!

Stuur nu weer ons bootje naar veilige rêe.

Want lang heeft men thuis zeker al ons gewacht

Het zonnetje daalt reeds en wenscht ons goê nacht