Lente

Weer zwelt de knop, weer groent het kruid,
O laat m' er uit, o laat m' er uit,
Reeds tint'len mij de wangen.
Mij kwelt een onverwinb're zucht
Naar bos en beemd, naar frisse lucht,
Naar zonnestraal en lentezangen.
Naar zonnestraal en lentezangen.

Daar buiten zingt het voglenkoor,
Mij 't loflied voor, mij 't loflied voor,
Vol kunsteloos verlangen.
Is 't wonder, zoo met bloem en kruid
Ook 't jonge hart zich open sluit
Voor zonnestraal en lentezangen?
Voor zonnestraal en lentezangen?