Lente Avond
zoele lenteavond strijkt
op wei en en akker neer
Maar 't licht dat aan de kimmen glimt
verzilvert nog het meer
De boomen ijl in 't fijn gewaad
Bewegen blad noch tak
En staren peinzend naar hun beeld
In 't roerloos watervlak
De schemer weeft langs veld en dreef
Een grijze nevelsprei
En wikkelt in haar plooien zacht
De bloempjes van de wei
De huisjes, vaag in 't kwijnend licht
Van 't lange waken moe
Ze domm'len rustig tusschen 't groen
De luikenoogen toe
In heel den wijden omtrek daalt
Nu de avondstilte neer
De koeien droomen in de wei
Geen vogel kweelt er meer....
Alleen 't gelui der avondklok
Golft over 't stil gehucht
En vult met diepen, klaren klank
De trillende avondlucht