Des zomers

Wie met ons wil naar buiten gaan
Zien hoe het koeitje stoeit
Met al het goudgeel golvend graan
Dat op de akker groeit
Die toon ons ook een blij gezicht
Kom lustig, weltevree
Want alles jubelt,zingt en lacht
En wij, wij jubelen mee

Wie met ons wil naar buiten gaan
Dwalen in 't lomrig woud
Wie lijster en vink wil horen slaan
Hoog in het beukenhout
Die moet geen trage dromer zijn
Maar vrolijk, flink en ree
Want alles juicht en zingt en lacht
En wij, wij zingen mee.

 

Wie met ons wil naar buiten gaan

Spelen aan 't frissche strand

Waar soms de golven met d'orkaan

Beuken op 't mulle zand,

Die moet geen zwakke bloodaard zijn.

Die moet geen bloodaard zijn

 

Maar krachtig als de zee

Die thans haar liefste liedje zingt

En wij, wij zingen mee

Die thans haar liefste liedje zingt

Die thans haar liedje zingt

En  wij, wij zingen mee