"We wonen hier gezellig,"

zei moeder egel:

"zo vlak langs de weg,

onder deze mooie tegel.

 

En je ziet nog eens wat,

ik heb nog nooit zo’n fijn huis gehad.

Auto’s blijven hier altijd even staan,

zodat we rustig de weg over kunnen gaan,

nee, ik ga hier nooit meer vandaan.

 

De lamp daar moet pappa nog iets aan doen,

want die wordt steeds oranje,

rood en daarna groen."

 

Het vlindertje en de bij

 

Het vlindertje zei tegen de bij:

'Ik maak zij en wat maak jij'.

Weet je wat het bijtje zei?

 

'Kom maar mee naar mijn woning

ik maak voor de beertjes honing

en ook een beetje voor het kind,

proef ook maar of jij het ook lekker vindt.

 

De vlinder proefde en hij zei:

'Maak je voortaan ook wat voor mij'

'Ja hoor' zei het bijtje blij,

'maak jij dan wat zij voor mij'.

 

 

                              Het gras

De boer heeft vandaag gras gemaaid
Nee, hij heeft het niet gezaaid
dat deed zijn Opa in het verleden
dat wil zeggen, lang geleden

Opa ploegde de grond om en om
Terwijl de zon al hoger klom
hakte hij de kluiten klein
en kocht graszaad, extra fijn  

Na een mals buitje regen
-voor het zaad een ware zegen -
werd het veldje groen van gras
Wat was boer Opa in zijn sas

Hij kocht palen en een rol draad
en aan de kant van de Kerkstraat
maakte hij een hek dat piepte
telkens als het open zwiepte

Schipper mag ik overvaren

 

Schipper mag ik overvaren.

Ja of nee??

 

Moet ik dan ook tol betalen,

 

Ja of nee??

 

Hoe??

 

Groen is gras, groen is gras

onder mijne voeten

'k Heb verloren, mijn beste vriend

Waar zal ik hem zoeken??

Hee daar, plaats gemaakt

voor de jongedame

En de koekoek op het dak

Zingt een lied op zijn gemak

O, mijn lieve Augustijn

Deze dame zal het zijn

 

Ga naar de markt

Koop een koe

Kalf daartoe

Koe een daalder

De koop gaat door

Geluk ermee

Mijn geld, mijn geld, mijn geld

 

Kaatsebal

Ik vang je al

In mijn ene hand

In mijn andere hand

Van klipperde klap

Van voetjesgetrap

Van rommeldebom

Van keer maar eens

Doorlopertje

In spin

de bocht gaat in

uit spuit

de bocht gaat uit

Papagaaitje leef je nog????

ia deeja, ia deeja

'k Heb mijn eten opgegeten

en mijn drinken laten staan

ia deeja ia deeja

Poeff!!!!

 

Twee emmertjes water halen

Twee emmertjes water halen

Twee emmertjes pompen

Meisjes op de klompen

Meisjes op je houten been

Rij maar door mijn straatje heen

Van je ras, ras, ras, rijdt de koning door de plas

Van je erk erk erk rijdt de koning door de kerk

Van je één, twee, drie

 

Daar komt een klein muisje aangeslopen

en die is in Beppie haar halsje gekropen!!!!

 

 

Ikke Pikke Porretje

De meester heeft een snorretje

De meester heeft een sik

Af ben ik

 

Juffrouw Katrijntje

Zat achter 't gordijntje

Wat deed ze daar??

Ze kamde haar haar

Ze waste haar handjes

Ze poetste haar tandjes

Ze droogt ze weer af

Toen ging ze weer staan

Van voren af aan

Van handjegeklap

Van voetjesgetrap

Van rommeldebom

Keer nog eens om

Drie maal drie is negen,

Ieder zingt zijn eigen lied.

Driemaal drie is negen:

 

........zingt zijn lied

 

Vis, vis, wallevis

Die vannacht gevangen is,

Van één, van twee, van drie!

Sta niet op! Sta niet op!

Of je krijgt het koord al op je kop,

Van één, van twee, van drie, sta op!

 

't Schip moet zeilen,

't Scheepje ligt aan wal!

We zeilen ja, we zeilen, ja,

van een twee-drie!

En alle scheepjes zeilen,

ja van een twee drie!

Alle eendjes

zwemmen in het water,

Falderalderiere, falderalderiere

 

Alle eendjes

 zwemmen in het water,

falderalderalderadera

 

Een,twee, drie, vier,

een hoedje van papier,

en als dat hoedje dan niet past,

dan zetten we 't in de glazenkast.

Een,twee, drie, vier,

een hoedje van papier,

 

Kleine Jan stond op de brug,

met zijn handjes op zijn rug

en zijn duimpjes in zijn mond.

Draai eens driemaal in het rond.

Van je een - twee - drie!

Altijd is Kortjakje ziek,

midden in de week, maar 's zondags niet;

's zondags gaat zij naar de kerk

met een boek vol zilverwerk.

Amsterdam. die grote stad,

die is gebouwd op palen;

als die stad eens ommeviel,

wie zou dat betalen?

En wie de gans gestolen heeft,

die is een dief,

En wie de gans gestolen heeft, die is een dief!

Daar staat de ganzendief:

Die heeft geen mens meer lief!

 

Wel, wat zeg je van mijn kippen

Wel, wat zeg je van mijn haan?

Hebben ze geen mooie veren,

Of staat jou de kleur niet aan?

 

Bim, bam, beieren,

de koster lust geen eieren.

Wat lust hij dan?

Spek in de pan:

O, wat smult die koster dan!

 

De bakker op de hoek

Die heeft vannacht geblazen,

De vellen van zijn broek,

Die hangen voor de glazen

Als een boekweiten koek.

 

Draai het wieltje nog eens om,

Klap eens in je handjes.

Zet je handjes in de zij,

Op je bolletje allebei,

Zo varen de scheepjes voorbij.

 

Ik kwam laatste in een poppenkraam,

daar zag ik al die poppen staan.

Ik vroeg: Wat doen die poppen hier?

Die poppen drinken poppenbier,

Die poppen drinken poppenwijn;

wat zullen die poppen vrolijk zijn!

 

Er was er eens een mannetje,

Dat dronk wat uit een kannetje.

Er was eens een vrouwtje,

Dat heette Doezedouwtje.

Er was eens een kindje,

Dat droeg een zijden lintje;

Er was eens een kleine guit -

En nu is mijn versje uit

 

Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven,

Heb je wel gehoord van de zevensprong?

Ze zeggen, dat ik niet dansen kan!

Ik kan dansen als een edelman

Dat is één!, Dat is twee! Dat is drie!

Dat is vier! Dat is vijf! Dat is zes!

Dat is zeven!

 

 

Klein vogelijn, op groene tak,

wat zingt gij een aardig lied.

Wij hebben in ons hele boek

zo 'n vrolijk wijsje niet.

O zeg, o zeg ons, aardig beest,

wie toch uw meester is geweest.

 

 

Maseurtje, ga je mee

Als wij jagen, als wij jagen?

Maseurtje ga je mee, Als wij jagen rond de stee?

Ja maseurtje, gij en ikke,

Door den dunne, door den dikke

Als wij moeten jagen gaan.

Kruip door, van toer-loe-ret-te

Kruip maar door van toer-loe-roe

 

Jan, mijn man, wou ruiter worden,

Janneman had er geen degen;

toen nam Jan, mijn man, een koek -

die stak Jan al door zijn broek;

Janneman had er een degen;

Jan, mijn man,

rij wat an,

dat je een ruiter worden kan.

 

Hansje, pansje, kevertje.

die klom eens op een hek.

Neer viel de regen,

die spoelde alles weg!

Op kwam de zon,

die maakte alles droog.

Hansje, pansje kevertje,

die klom toen weer omhoog.

 

Hoe zachtkens glijdt ons bootje

Daar op het spieglend meer.

De riempjes, net en proper,

Gaan luchtig op en neer.

De golfjes kabb'len spelend

Al tegen 't bootje aan,

En ginds zien wij de toren

In groene bosjes staan.

 

Hop, Marjanneke,

stroop in 't kanneke,

laat de poppetjes dansen!

Eertijds was de prins in het land

en nu die kale Fransen.

Hop, Marjanneke, stroop in 't kanneke.

Hop, Marjanneke Jansen.

Hij wiegt het kind, hij roert de pap

en laat zijn hondje dansen.

 

In Den Haag daar woont een graaf

En zijn zoon heet Jantje.

Als je vraagt: waar woont je pa?

Dan wijst hij met zijn handje,

Met zijn vingertje en zijn duim,

Op zijn hoed draagt hij een pluim,

Aan zijn arm een mandje.

Dag mijn lieve Jantje

 

Klein Zusje

 

Kopje rond,

kopje blond,

dag, m'n lieve zusje,

Neusje klein,

oortjes fijn,

zus, ik geef je een kusje.

 

Zusjelief,

hartedief,

o,wat lacht je mondje.

Heb je hier,

zo'n plezier,

aardig, vriend'lijk blondje???

Het wonderhuisje

 

In Den Haag daar staat een huisje

en dat is een wonderhuisje.

In dat huisje is een kamer

en dat is een wonderkamer.

In die kamer is een kastje

en dat is een wonderkastje.

In dat kastje is een plankje

en dat is een wonderplankje.

Op dat plankje staat een flesje

en dat is een wonderflesje.

In dat flesje is een drankje

en dat is een wonderdrankje.

Van dat drankje - luister goed -

worden stoute kinderen zoet.

Dus moet Hansje met zijn moe

mee naar 't wonderhuisje toe.

Wat een etersbaas

 

Heb je wel gehoord 

van de kleine dikke jongen

die zo vreselijk eten kon??

'k Zal je eens gauw vertellen

wat hij gisteren heeft gegeten

en dan zul je vragen

hoe de jongen 't toch verzon.

Zeven diepe borden karnemelkse brij

met een pondje stroop erbij.

Zeven dikke boterhammen,

flink belegd met plakken kaas.

Is dat nu geen etersbaas?

Maar toen ad dat etersbaasje

nog niet eens genoeg.

Weet je wat hij toen nog vroeg?

Zeven krentepannekoeken, als zijn duim zo dik,

zeven sneeën krentemik, en nog tot besluit.

zeven rol beschuit

En nu is mijn versje uit

Begrijp je dat???

Gistermorgen had klein Keesje

in de straat een ongeluk:

Keesje viel pardoes voorover

en.... zijn linkerbeen was stuk.

Niet een beetje maar.....neee, neee,

't been lag helemaal in twee,

Moest klein Keesje nu niet huilen??

Nee, het ventje had plezier!!

Daad'lijk stond hij op en lachte.

Had hij dan geen pijn??? - Geen zier!!

Met de stukken van zijn been

liep hij op een drafje heen.

 

Erg vriendelijk

 

Dikkerdje zat in een hoekje,

Dikkerdje las een boekje,

want daar stonden versjes in

en bij ieder versje een prentje.

O, wat mooi toch!! riep ons ventje,

dat's een boekje naar mijn zin!!

Toen kwam Drikkerdje zijn zusje

en die gaf haar broertje een kusje:

Mag ik óók dat boekje eens zien??

Dikkerdje wou vreindelijk wezen,

Dikkerdje hield op met lezen

en hij zei: Hier heb je 't Mien.

Vlindertje, wat ben je keurig!!

 

Vlindertje, wat ben je keurig,

met je vlerkjes blauw en rood.

Nee, ik zal je heus niet vangen,

want dan ga je immers dood??

Vlieg maar rond, naar alle kanten

in de mooie zonneschijn.

Ik zou, als ik in je plaats was,

ook niet graag gevangen zijn!!

Zie je wel die mooie bloempjes??

En wat zeg je van hun kleur??

En grbuik eens goed je neusje:

ruik je wel die lekkere geur??

Jij mag blij zijn, jij moet vrij zijn,

zoek de mooiste bloempjes maar:

Vlindertje en mooie bloempjes

horen immers bij elkaar?

 

Daar liep een aardig meisje

Langs de waterkant!

Schoentjes aan haar voeten

Roosjes in haar hand

Sirosa, violette, violette, violette,

'k Heb scharen te slijpen

Dat kun je begrijpen

En hard dat ik liep!

Een, twee, drie, scharensliep

 

Gisteravond in mijn bedje

 

Gisteravond in mijn bedje

heb ik Sinterklaas gehoord.

Op zijn paardje reed hij zachtjes

over onze daken voort.

Trippel, trappel, trippel, trap,

'k Hoorde duidelijk paardjes stap.

Nu zal 't ook niet lang meer duren

eer ik Sinterklaasje zie!!

Vader zegt - en die kan 't weten -

Nu nog maar een dag of drie.

Ja, dan belt hij bij ons aan

en je ziet hem voor je staan!!!

De  regen viel in stroomen neer
t was wat je noemt ‘echt hondeweer.’
Heel kalmpjes kwam daar dikke Daan
den natten straatweg langs gegaan.
‘Zeg, man,’ riep dravend maag're Piet,
‘voel jij den zwaren regen niet?
‘Loop, kerel, maak een beetje haast!’
Waarom?’ vroeg Daantje, heel verbaasd;
‘maak jij maar beenen voor mijn part, -
het regent ginder even hard!’

 

  Kees gaat op reis, -

uit den weg, uit den weg

't Paardje dat wil over heg, over steg,

Kees gaat op reis!

Ju, paardje, ju! Hoû je flink, hoû je goed!

Snuif maar en briesch maar

met vroolijken moed,

Ju, paardje, ju!

 

Een ooievaar stond in een poel
en hield zijn rechterpoot wat koel.
Hij keek al doende naar benêen,
naar 't beeld dat in het water scheen...
Wat is dat voor een oolijk dier
dat mij staat te begluren hier?
Wat hoeft hij mij zoo aan te gapen,
al mijn manieren na te apen?
De minste buiging die ik maak,
hij doet ze na, die rare snaak!...
Nu, ga je gang maar, looze guit!
We gaan eikaars geduld eens meten;
want ik ben zinnens, moet je weten
zoolang jij niet vertrekt,
ga ik den poel niet uit!

 

Wij maken een kringetje

van jongens en van meisjes

Wij maken een kringetje van tra-la-la!

Maak een buiging!

Maak een buiging!

Bij de hand, bij de hand, 

pak je liefste bij de hand!

 

Duimelot is in het water gevallen

Likkepot heeft er hem uitgehaald

Lange Jan deed hem weer naar huis brengen

Korte knaap heeft hem in 't bed geleid

En het kleine, kleine Pinkske

Heeft het al aan zijn moeder gezeid!

 

HET ORGEL

Twee kindertjes zouden naar school gaan
Ze liepen zo lustig en blij.
Daar klonk in de verte een orgel
Daar moesten ze even voorbij.

En het orgel speelde van tjoemmelahei,
en de kindertjes dansten erbij,
En het orgel speelde van tjoemmelahei
en de kindertjes dansten erbij.

De orgelman bleef maar aan 't draaien
de kindertjes dansten maar door,
Daar speelde de klok van de toren
het negende uur in 't rond.

Toen liepen ze weg met een angstig gezicht,
maar de deur van de school was al dicht.
Toen liepen ze weg met een angstig gezicht,
maar de deur van de school was al dicht.

Ze stonden bedremmeld te kijken
de straf zou hun vast niet ontgaan,
Och, was die muziek niet gekomen
Dan zouden ze hier niet zo staan.

En het orgel speelde van tjoemmelahei
en de kindertjes huilden erbij
En het orgel speelde van tjoemelahei
en de kindertjes huilden erbij.


 

Twee kindertjes gingen naar school toe,

Ze waren zo vrolijk en blij.

In de verte daar speelde een orgel

Daar moesten ze eventjes bij.                                                        

En de orgelman speelde van holi a hei!

En de kindertjes dansten erbij.(2 maal)

 

En de orgelman speelde maar verder,

En de kindertjes dansten maar door.

Toen sloeg in de verte een toren

En negen uur klonk in hun oor!

 

De kindertjes zetten een angstig gezicht

Want de deur van de school was al dicht (2 maal)

 

Ze stonden beteuterd te kijken:

Wat hadden ze nu toch gedaan?

Was de orgelman nu niet gekomen,

Dan hadden ze hier niet gestaan!

 

En de orgelman speelde van holi a hei

En de kindertjes huilden er bij (2 maal)

 

Een twee, drie, vier,

hoedje van, hoedje van,

Een, twee, drie, vier

hoedje van papier!

Heb je dan geen hoedje meer

Maak er een van bordpapier!

Een, twee, drie, vier

hoedje van papier

 

 

 

 

 

 

Alles in de wind, alles in de wind,

Daar liep een schipperskind,

Alles in de wind, alles in de wind,

Daar liep een schipperskind,

Kom hier Rosa, je bent mij liefje,

je bent mijn liefje.

Kom hier Rosa, je bent mij liefje,ja,ja.

 

O wat spijt, o wat spijt,

Nu ben 'k mijn liefje kwijt.

O wat spijt, o wat spijt,

Nu ben 'k mijn liefje kwijt.

Kom hier Rosa,je bent een ander,

je bent een ander,

Kom hier Rosa,je bent een ander,

 

Op die brug, op die brug,

Vond ik mijn liefje terug

Op die brug, op die brug,

Vond ik mijn liefje terug.

Kom hier Rosa, je bent mij liefje,

je bent mijn liefje.

Kom hier Rosa, je bent mij liefje,ja,ja.

 

In 't groene dal, in 't stille dal,

Waar kleine bloemjes bloeien,

Daar ruist een blanke waterval,

En druppels spatten overal,

Om ieder bloempje te besproeien,

Ook 't kleinste!

 

En boven op der heuvelen spits,

Waar forse bomen groeien.

Daar zweept de stormvlaag fel en bits,

Daar treft de rosse bliksemflits,

En splijt, bij 't daavrend onweerloeien,

De grootste!

 

Omhoog, omhoog, op berg en dal,

Ben 'k in de hand des Heren!

Toch kies ik, als ik kiezen zal,

Mijn stille plek, mijn waterval,

Toch blijf ik steeds, naar mijn begeren,

De kleinste!