Wanneer?
Kan het zijn, dat de Leeuw, die slechts vijf dagen brulde
Nu plotseling zijn machtige stem weer verheft?
Dat de klauw, die zijn functie zoo kort slechts vervulde,
Als vroeger den booswicht weer vreeselijk treft?
Kan het zijn, dat de moed, die opeens was verloren,
Terug is gekeerd met verdubbelde kracht?
Dat de Hollandsche natie, vol geestdrift herboren,
Zich weder verweert, zich bewust van haar macht?
Kan het zijn, dat het bloed, dat zoo lauw was gaan stroomen,
Nu bruisend en wild door de aad'ren ons jaagt?
Dat de dag van het vlammende zwaard is gekomen,
Dat Holland weer vecht tegen wie het belaagt?
Tegen wie het belaagt met on-Hollandsche leuzen?
Ja, Holland is wakker, het is weer paraat!
Het is weer al eenmaal: het land van de Geuzen,
Dat wie het te na komt, verplett'rend verslaat!