De Brief
Een brief van thuis. Het handschrift is vertrouwd!
Versagend hart en kloppen in mijn keel!
Ik ben ontroerd.... Heb ik dan al te veel
op eigen huis en dierbaarheid gebouwd?
Wat is die val, in 't prille van den dag
en uit blijdschap van een vrijen geest?
Is 't licht dan toch zo kort van duur geweest,
en zink ik weg in duister zelfbeklag?
Ik lees den brief; aan d'achterzijde staat
een groet in een onzekere kinderhand.
Een zoen voor jou...En in mijn hart ontbrandt
een weeë pijn, die naar de ogen gaat.
Hoe deert mij dit! En duren mag het niet,
Want dienen eist het offer van de plicht.
Ik werp een schaduw voor Gods heilig licht
op vrouw en kinderen, door mijn week verdriet.
Dus juich mijn hart, in blijde zekerheid,
dat andere harten in jouw ritme slaan.
Ik heb de liefdesboodschap thans verstaan:
Uw kracht, in mij, stelt hen in veiligheid.