Naar versjes-menu  

Avond in de cel

Dit is het zwaarste uur van heel den dag.

De scheem'ring kruipt langs wanden van de cel

Van buiten klinken stemmen, hard en schel,

Wat tramgerinkel en een luiden lach.

 

't Gejuich van kinder- avondspel schalt op;

Joelt in zijn vrijheid na een dag van plicht,

Nu is de heide wijd, de hemel licht -

Verlangen laait in felle vlammen op.

 

O, nu te zitten bij het schemervuur

In eigen kring tehuis, zoo stil vertrouwd -

O God, hoe wordt mij nu dit graf benauwd!

Geef mij Uw licht in dit zoo donker uur.

 

Weer is een zware dag traag weggevloeid,

Waarom, o God, kwam over mij dit leed?

Maakt Gij mij stille, Vader, dat ik weet.

dat uit elk kwaad door U een zegen groeit.