Aan Prinses Juliana
Gij die aan verre kusten toeft,
En eenzaam zijt en hevig met ons lijdt,
Draag, sterk als wij, uw lot, wees niet bedroefd,
Elk leed kent zijnen tijd.
Elk uur heeft zijnen zin en wordt
Ons eens geopenbaard;
Gij, die nu verre zijt van ons en staart
Aan vreemde kusten, waar het hart verdort
in eenzaamheid, U zij bewaard.
Het weten, dat dit volk, in tweedracht één,
Waar het geldt tot hoogste goed, beklijft
In hou en trouw, wat Satan ook bedrijft;
Oranje in 't hart, Oranje in merg en been!