31 Augustus 1943
Nog is het uur van weerzien niet gekomen,
Maar ons verlangen zwol tot zekerheid,
en wat ons door den vijand werd ontnomen,
niet onze liefde tot uw rijk beleid,
niet onze trouw, die u het laffe dreigen
van straf en dood nog groeide, rijk en diep,
en niet de blijdschap, die wij voelden stijgen,
als ons van ver uw stem ten strijde riep.
En nu wij heden weer uw feest gedenken,
gaan onze harten juichend tot u uit;
zelfs groter vreugde wil de dag ons schenken,
want voller weten wij wat hij beduidt.
Voller dan vroeger in dien tijd van vrede
toen ons alleen geluk met u verbond,
want wat wij allen met en om u leden
brandt dieper nog in 's harten diepsten grond.
Verbindt geluk, verdriet smeedt hechter banden,
en onze liefde, door ons leed verrijkt,
brengt u vandaag één enkele offerande:
dat zij, wat ook mag woeden, niet bezwijkt.
Dat zij, hoe ook de vijand met verwaten
afgunst en haat ons volk kastijden zal,
u en uw troon geen hartslag zal verlaten
en trouw zal blijven tot zijn zekeren val.
Opday wij u straks in het uur van vrede,
van zegepraal der ware menselijkheid,
met open ogen kunnen tegentreden
en zeggen kunnen: In den zwaarsten strijd
bleven wij uw standvastige getrouwen,
standvastig om uw troon en voor uw eer,
Uw liefde, Wilhelmina van Nassouwe,
was het verbond, waarop wij konden bouwen,
zij blijve ons hoeden, nu en immermeer.