Naar versjes-menu  

31 Augustus 1940

Uw volk  verdrukt, vernederd en verslagen;

De oorzaak is bekend, maar zij hier niet gezegd

Verdroeg die smaad reeds 109 dagen,

Het door den soeverein  der soevereinen opgelegd,

Het verdroeg dien smaad, deels blind van hate,

Deels met geduld, waar het wist van Wien het kwam;

Maar hoe het ook droeg, nog zijn daar uw soldaten,

De vuist gespannen en het hart in vlam.

 

En niet alleen zij, die uw veldgrijs dragen,

Maar heel uw volk - op zijn verraders na -

Wacht op uw woord, om weer het bloed te wagen,

Opdat het grommend den aanrander versla.

Het is vandaag de dag, dien wij in andere jaren,

Vierden met vlagvertoon en vaderlands gezang,

Met veel oranjebitter en Schiedamse  oude klare

En met het volkslied "Wij  zijn niet bang".

 

Men heeft ons dit betoon van trouwen vreugd verboden,

- Gij weet het immers zelf _ op straffe van geweld,

Weerloos ontwapenden durft men lafhartig doden,

Weerloos ontwapenden heeft men de wet gesteld,

Maar, wat de vijand doet, hij kan ons hart niet treffen,

Wij dragen toch uw kleur, niet op maar in de borst;

En wij - gij hoort het immers toch - wij heffen

Het strijdlied aan van d 'eerste Oranjevorst.

 

Wilhelmus van Nassau! Het schalt in alle steden

En alle dorpen en het plant zich voort.

O, Koningin, ons strijdlied van het verleden,

Het wordt vandaag en morgen toch gehoord.

En als gij na uw ballingschap weer voet aan wal zult planten

Op den bevrijden vaderlandse grond,

Haalot men u juichend in, van alle, alle kanten,

En draagt u zingend op de schouders rond,

Uw woning is bewaakt en uw soldaten waken,

De angst kruipt reeds den vijand worgend naar de keel.

Gij komt! Uw standaard zal weer wapp'ren van de daken.

Gij komt! Roep ons te wapen en beveel.

 

 

 Naar versjes-menu