Poesiealbum Versjes Anna 1891

Blijf rein der lelie steeds gelijk

Aan eenvoud als 't viooltje rijk

En trouw als den klimop aan de rots

Dan wordt ge een roos ter ere Gods

 

 

Moog de vriendschap onzer jonkheid,

Steeds in iedere levenstij,

Onverbreekbaar ons omstrengelen

Is de wensch aan u en mij

Bassingerhorn 11 Nov. 1891

 

----------

Tusschen roode en blauwe bloemen,

Ga uw leven rustig voort,

Rechts het blauw vergeet mij nietje,

Links de roos die 't oog bekoort.

Pluk ze beiden, Dikwerf rozen

Maar nog den vergeet-mij-niet

Plukt gij de eerste, den k aan doornen,

Wond daar aan uw handen niet!!!

Ter herinnering aan je vriendin 

 

-----------

 

Vriendin!!

Gij vraagt mij of ik op dit blad,

Aan U een vers wil schenken

Opdat gij bij het zien er van,

Aan mij zult kunnen denken,

'k Voldoe hier mee aan uw verzoek

Maar gaarne zou ik weten

Of gij mij zonder verzenboek

Mij nimmer zult vergeten.

 

 

 

Aan Anna!

Vriendin!! de weg door 't leven.

Die u nog tegenlacht.

Zij als het blad der rozen,

Zoo geurig en zoo zacht.

Dat bloemen haar versieren;

Die U mijn liefde biedt,

En blijf steeds aan mij denken;

Ook ik vergeet U niet.

Ter herinnering aan je vriendin M.Helder

 

----------

 

Altijd een zonnetje

Nimmer verdriet,

Altijd een bronnetje

Dat immer vliet.

Altijd genoegen,

En uiterst voldaan.

Ik hoop dat het mijn vriendin,

Altijd wel moge gaan.

5 Nov. 1891

 

----------

 

Lieve Nicht!!

Daar ruischt soms in ons menschenhart,

Zoo wonder melodie,

Ze is, naar ze ons streelt, of naar ze ons smart,

Altijd vol Poesie

Ze voert d' een naar de andere kring,

Maar immer naar 't verleden of,

Zij heet HERINNERING

van U liefhebbende Nicht Maartje

Anna Paulowna, 29 September 1892

 

----------

 

Gij vraagt me een albumversje,

Maar, lieve, beste meid,

Hoe kunt gij mij zoo plagen!

Want ben ik al bereid

Uw wenschen te vervullen,

Toch kan ik dat niet staag,

Enfin, ik wil het beproeven,

Want 'k weet, dat uw vriendschap

Mij staag geschonken zij,

Want zeker heeft die vriendschap

Voor mij wel waardij

Dan 't allerschoonst gedichtje,

'k Heb nu uw wensch voldaan,

Maar toch beveel ik nogmaals,

Mij in uw vriendschap aan.

 

Tot souvenier aan je je Toegenegene Vriendin

Neeltje Groen

--------------

Wat ik U wensch op aard

Een zacht en rein gemoed

Dat steeds beter naar beter streeft

In voor en tegenspoed.

----------------------

Vriendschap

Vriendschap woont in reine harten

Vriendschap maakt het leven zoet

Vriendschap is ons hier op aarde

Troosteres in tegenspoed.

Met een hart vol vriendschap ziet

Denkl dan ook eens aan de geefster

Die haar hart u immer biedt.

Nimmer moet de vriendschap kwijnen

Als men van elkander scheidt

Neen, die band moet nooit verbroken

Vriendschap duurt in eeuwigheid

Je liefhebbende vriendin Emma

Bassingerhorn, Oktober 1891

Aan Anna

Wat zal ik schrijven op dit blad??

Wacht meisjelief, ik weet al wat,

Veel zegen, Anna het beste hoor

Ga braaf en goed de wereld door

En zoo gewel eens hoorenmoet

Denk God is altijd even goed,

Wie dit gelooft en naar Hem streeft

't Is zeker dat hij 't beste leeft

Ter herinnering aan je Vriendin G.Kooijman

Haringhuizen, 6 Oktober 1894

--------------

Helder moordeel, scherpe zinnen

Rijke kennis, kloek gemoed

Doen niet altijd u beminnen,

Maar wilt gij ieders harte winnen

Wees dan goed!!

 

De jaren verdringen elkander

De menschen vervangen elkander

Maar immer en eeuwig zal blijven

Wat heilig en goed is en waar

 

Tracht daarom steeds te leven

Lieve! Op deez' levensbaan

Naar dien staat waar geen verandering

Waar geen wiss'ling zal bestaan

Uw liefhebbende nicht Chrisiena

Bassingerhorn, 23 Oktober 1894

 

De hemel schenke u ten allen tijd,

De reinste vreugde en vrolijkheid,

En vallen levenslust,

Uw leven zij'der Lente-gelijk

Aan vreugde en aan bloemenrijk,

En van geen leed bewust,

Ter herinnering aan je toegenegene Mijntje

Bassingerhorn, October 1897

------

Lieve Anna

Anna, uw nicht 

Zit er razend mee in,

Om een versje te dichten

Ik ben geen poëet

Zoo als ge wel weet,

En toch heb ik plichten

Die plichten zijn nu

Om te dichten voor U

Maar wat zal ik spreken

Ach, laat het ons niet

Bij wat er geschied

Aan liefde ontbreken

Uw liefhebbende nicht Anna

Alkmaar, 4 December 1892

----------

 

En tooit zich als een afgezet prelaat

En schreeuwt om 's werelds ijdelheden