Hartje winter

Met het najaar

kwam de stilte

van november

als de nasmaak

van honing, thijm en gember

zoet en bitter op de tong

 

Het bos is doorzichtig

en kraakt onder mijn voeten

ik loop zwaar en gewichtig

van zoveel eisen, zoveel moeten

de zilverspar kreeg een knauw

een tak is afgebroken

ik huiver van de kou

 

Ja, wie vindt er

hartje winter

de kracht om zich te geven

zonder jamaar

stil en tastbaar

vanzelfsprekend als het leven

 

Op een zondag

ging het langzaam

harder sneeuwen

winters duren

in deze streken eeuwen

de zon scheert langs de horizon

 

Aan zwarte Elzeproppen

hangen pimpelmezen

mij vaak terloops gewezen

nu wijs je ze een ander

tussen dor en droog verdriet

heldergele bloemen:

winterakoniet

 

Wie ontrafelt

er aan tafel

een bericht in code

en wie vindt er

hartje winter

de eerste voorjaarsbode?