De inneming van den Briel door den Watergeus
1.
2.
De klok heeft het uur reeds gemeld.
Ik zeg 't u, geeft mij de sleutels niet vlug,
Dan is reeds uw vonnis geveld.
De wakkere Geuzen staan tandknarsend daar,
Zij wetten hun zwaarden en maken zich klaar
En zweren: "den dood of den Briel!
En zweren: "den dood of den Briel!
4.
Hier dringt men naar buiten, daar schoolt men bijeen,
En spreekt over Koppestoks last:
De stad in hun handen of anders den dood.
't Besluit tot het eerste staat vast!
Maar nauwelijks is daarmeź de veerman gevleid,
Of Simon de Rijk heeft de poort gerammeid,
En zoo kwam de Geus in den Briel!
En zoo kwam de Geus in den Briel!