Duins

1.

De Spanjaard zoekt met heel zijn vloot

Dij Duins een veilige ree!

Zoo snel als zit hem na de dood,

Vliedt hij van d' open zee.

Want zie, held Tromp is in de buurt,

Held Tromp, des Spanjaards schrik.

Te laat: want hij heeft hem begluurd

In 't eigen ogenblik

 

2.

Hij zoekt den vijand, biedt hem strijd:

"Kom uit d' open zee!

Ons kruit is op, roept die vol spijt.

Geef kruit en wij zijn reê!

Nu roept de held zijn mannen op

En zegt hun, wat hij dacht:

Opdat hij keer' in 't ruime sop,

Den vijand kruit gebracht.

 

3.

De Spanjaard, schoon van al voorzien,

Wat hem ten strijd ontbrak,

Waagt nochtans niet de spits te biên:

Zoo laf was 't bange pak.

Dat wordt den Vlootvoogd toch wat erg,

Hij grijpt den Spanjaard aan,

Niets wat den lafaard nu verberg'

't Is met zijn vloot gedaan.

 

4.

Hoezee voor Tromp, den wakkeren held,

Hoezee, hoezee, hoezee!

Wiens naam met dank het Volk nog meldt,

Als meester op de zee!

Dat was een schone tijd voorwaar,

Toen Neêrland was zoo groot,

't Was of 't volk van helden waar',

Op 't land en op de vloot.